Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 126nd Sv

Geldt sinds 1 oktober 2018

  1. 1

    In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot bepaalde opgeslagen of vastgelegde gegevens, vorderen deze gegevens te verstrekken.

  2. 2

    Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan niet worden gericht tot de verdachte. Artikel 96a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. De vordering kan niet betrekking hebben op persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven of lidmaatschap van een vakvereniging. Indien de vordering, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een persoon die aanspraak kan maken op bronbescherming, kan deze slechts worden gedaan na schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris. Artikel 218a, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Een vordering als bedoeld in het eerste lid is schriftelijk en vermeldt: a.indien bekend, de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de persoon of de personen over wie gegevens worden gevorderd; b.een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de gegevens die worden gevorderd en de termijn waarbinnen, alsmede de wijze waarop deze dienen te worden verstrekt; c.de titel van de vordering.

  4. 4

    Bij dringende noodzaak kan de vordering mondeling worden gegeven. De officier van justitie stelt de vordering in dat geval achteraf op schrift en verstrekt deze binnen drie dagen nadat de vordering is gedaan aan degene tot wie de vordering is gericht.

  5. 5

    De officier van justitie doet van de verstrekking van gegevens proces-verbaal opmaken, waarin worden vermeld: a.de gegevens, bedoeld in het derde lid; b.de verstrekte gegevens; c.het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte; d.de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld; e.de reden waarom de gegevens in het belang van het onderzoek worden gevorderd.

  6. 6

    In geval van verdenking van een ander strafbaar feit dan bedoeld in het eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek een vordering als bedoeld in dat lid doen met voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris verleent de machtiging op vordering van de officier van justitie. Het tweede tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 126l, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

  7. 7

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens worden gevorderd en verstrekt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:392Parket bij de Hoge Raad, 14 april 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag a.b.i. art. 98 Sv jo. art. 552a Sv. Beslag op een samenwerkingsovereenkomst t.z.v. verdenking van fraude rond de opvang van asielzoekers. Beklag is gericht tegen de beschikking…

  • ECLI:NL:PHR:2026:393Parket bij de Hoge Raad, 14 april 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag a.b.i. art. 98 Sv jo. art. 552a Sv. Beslag op een samenwerkingsovereenkomst t.z.v. verdenking van fraude rond de opvang van asielzoekers. Beklag is gericht tegen de beschikking…

  • ECLI:NL:HR:2026:233Hoge Raad, 13 februari 2026 (strafrecht)

    Medeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b Sr). 1. Verstrekken van informatie door Belastingdienst n.a.v. verzoeken door OvJ o.g.v. art. 162.2 Sv. Kon OvJ informatie opvragen bij…

  • ECLI:NL:PHR:2026:55Parket bij de Hoge Raad, 13 januari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. 26Sartell (samenhang met 24/02523, 24/02511 en 24/02527). O.a. medeplegen van het opzettelijk invoeren van in totaal ongeveer 6.000 kg cocaïne (art. 2 onder A Opw) en medeplegen van…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9211Rechtbank Amsterdam, 15 september 2026 (strafrecht)

    Onderzoek Ketchikan. Veroordeling voor betrokkenheid bij meerdere methamfetaminelaboratoria en voor voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs. Gevangenisstraf van 30 maanden.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5692Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 september 2026 (strafprocesrecht)

    Het hof heeft verdachte partieel niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Verder heeft het hof verdachte veroordeeld ten aanzien van het primair ten laste gelegde tot een taakstraf van 140…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5713Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 september 2026 (strafrecht)

    Het hof heeft verdachte partieel niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Verder heeft het hof verdachte veroordeeld ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 16-024672-20 onder 1 en 2…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2938Gerechtshof Den Haag, 25 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    Onttrekken van gelden aan onderneming/werkgever door middel van valse facturen. Niet slagend verweer dat directeur meedeed.

451 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.