Wetboek van Strafvordering

Sv

Huidige tekst

Artikel 320 Sv

Geldt sinds 1 september 2012

  1. 1

    In alle gevallen waarin het onderzoek voor een onbepaalde tijd is geschorst, worden, zodra de oorzaak der schorsing is vervallen, de verdachte, het slachtoffer, diens vertegenwoordiger op grond van artikel 51e, zesde of zevende lid, of de nabestaande, de getuigen, deskundigen en tolken, voor zover zij nog niet ter terechtzitting zijn gehoord, opnieuw opgeroepen. De ter terechtzitting verschenen benadeelde partij wordt eveneens opgeroepen indien de rechtbank daartoe termen aanwezig acht.

  2. 2

    Artikel 319, derde lid, is van toepassing.

  3. 3

    Met betrekking tot de oproeping van de verdachte is artikel 265 van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:749Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Diefstal d.m.v. verbreking, art. 311.1.5 Sr. Aanwezigheidsrecht. Oproepingstermijn in hoger beroep i.g.v. schorsing van onderzoek ttz. voor bepaalde tijd, art. 319 Sv. Geldt 10-dagentermijn ook…

  • ECLI:NL:PHR:2026:181Parket bij de Hoge Raad, 10 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Gekwalificeerde diefstal (art. 311.1 onder 5 Sr). Middel bevat klacht over schending oproepingstermijn in hoger beroep na schorsing voor bepaalde tijd (art. 319 Sv). De conclusie strekt…

  • ECLI:NL:PHR:2025:115Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. Ambtshalve opmerking over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep i.v.m. vraag of cassatieberoep tijdig is ingesteld. Klacht over schending…

  • ECLI:NL:PHR:2022:239Parket bij de Hoge Raad, 15 maart 2022 (strafrecht)

    Conclusie AG. Ontbrekende betekeningstukken oproeping nadere tz. in h.b na schorsing bepaalde tijd. Conclusie gaat in op de vraag of het hof een nietige betekening voor gedekt had kunnen houden en…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:5988Rechtbank Amsterdam, 10 juni 2026 (europees strafrecht)

    Vervolgings-EAB uit Italië. De opgeëiste persoon is niet verschenen. OM-betekening. De oproep is op correcte wijze aan de opgeëiste persoon betekend. Verweer met betrekking tot de ontvankelijkheid…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:2856Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 augustus 2025 (strafrecht)

    Hoger beroep tegen bevel gevangenneming. Hof gaat in tussenbeschikking in op de procedureregels die van toepassing zijn wanneer een vordering tot gevangenneming wordt gedaan nadat het onderzoek ter…

  • ECLI:NL:HR:2020:773Hoge Raad, 21 april 2020 (strafrecht)

    Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. aanwezig hebben cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en voorbereidingshandelingen verkoop cocaïne (art. 10a Opiumwet). Aanwezigheidsrecht, art. 260.5 Sv. Schriftelijke…

  • ECLI:NL:PHR:2019:575Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2019 (strafrecht)

    Vordering AG tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1986. Centraal in de vordering…

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.