Wet op de identificatieplicht

WID

Huidige tekst

Artikel 1 WID

Geldt sinds 1 maart 2017

  1. 1

    Als documenten waarmee in bij de wet aangewezen gevallen de identiteit van personen kan worden vastgesteld, worden aangewezen: 1°. een geldig reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c, d, e en g, of een Nederlandse identiteitskaart en vervangende Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet; 2°. de documenten waarover een vreemdeling ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie; 3°. een geldig nationaal, diplomatiek of dienstpaspoort dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover de houder de nationaliteit van die andere lidstaat bezit; 4°. een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994 of een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is, zolang de bij de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde termijn van geldigheid in Nederland niet is verstreken, aan de houder geen administratieve maatregel bedoeld in paragraaf 9 van hoofdstuk VI van de Wegenverkeerswet 1994 is opgelegd of aan hem niet de bijkomende straf bedoeld in artikel 179 van die wet is opgelegd en mits het rijbewijs is voorzien van een pasfoto van de houder.

  2. 2

    Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan, al dan niet voor een bepaald tijdvak, andere dan de in het eerste lid bedoelde documenten aanwijzen ter vaststelling van de identiteit van personen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1553Hoge Raad, 29 september 2026 (strafrecht)

    Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr), medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr), diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1.5 Sr), bedreiging (art. 285.1 Sr) en belediging van…

  • ECLI:NL:HR:2026:1571Hoge Raad, 29 september 2026 (strafrecht)

    Voorhanden hebben van valse Poolse verblijfskaart door in België verblijvende verdachte (Russische nationaliteit), art. 231.2 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging…

  • ECLI:NL:PHR:2026:854Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middel verzet zich tegen bij tbs gestelde voorwaarden. Klachten dat beslissing om verdachte op te nemen in een zorginstelling in handen wordt gelegd van de reclassering, falen. Klacht…

  • ECLI:NL:PHR:2026:881Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2026 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet m.b.t. de vraag of het voorschrift van art. 38.3 Sr, inhoudend dat naast TBS met voorwaarden maximaal vijf jaar gevangenisstraf mag worden opgelegd, ook…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10405Rechtbank Amsterdam, 23 oktober 2026 (strafrecht)

    Gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 voorwaardelijk voor het medeplegen van het veroorzaken van de ontploffing.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7334Rechtbank Midden-Nederland, 23 oktober 2026 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de verdachte voor meerdere strafbare feiten. De verdachte heeft kleinere hoeveelheden cocaïne vervoerd, afgeleverd en verstrekt, op de openbare weg gereden, terwijl zijn…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:10222Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 oktober 2026 (strafrecht)

    Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor een mishandeling, bedreiging, het medeplegen van diefstal met geweld en tweemaal een afpersing. Beroep op noodweer verworpen. Oplegging van een jeugddetentie van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:10254Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 oktober 2026 (strafrecht)

    Verdachte wordt veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Aan hem is opgelegd een gevangenisstraf van 5 maanden…

18.983 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.