Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 februari 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:1294Zaaknummer 02-043213-26

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
02-043213-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Op tegenspraak
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Nietige dagvaarding. Geprobeerd is deze nog voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting aan verdachte te betekenen. Verdachte heeft echter geen toestemming gegeven voor verkorting van de dagvaardingstermijn, als bedoeld in artikel 265, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Gelet op dit standpunt wil de rechtbank niet aannemen dat verdachte in deze zaak is verschenen en daarmee de nietigheid van de dagvaarding heeft gedekt. De rechtbank acht de dagvaarding daarom nietig.

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de dagvaarding nietig.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, voorzitter, en

mr. D.H. Hamburger en mr. P.A.M. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. M. de Jonge en mr. S.A. Lemmens, griffiers, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 13 februari 2026.

Mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, mr. P.A.M. Wijffels en mr. S.A. Lemmens zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Onderzoek op de terechtzitting
  2. 2 De voorvragen
  3. 3 Beslissing

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-043213-26

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 februari 2026

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats],

in de basisregistratie personen ingeschreven op het [adres],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [verblijfplaats],

raadsman mr. G.W. Wurpel, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. M.A.M. Dekkers en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met een andere zaak van verdachte (parketnummer: 02-047024-25) en met de zaken van medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummers: 02-182614-25 en 10-092494-23 (TUL)) en [medeverdachte 2] (parketnummer: 02-157034-25).

2 De voorvragen

De dagvaarding is nietig.

De dagvaarding in deze zaak dateert van 12 februari 2026. Geprobeerd is deze nog voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting aan verdachte te betekenen. Verdachte heeft echter geen toestemming gegeven voor verkorting van de dagvaardingstermijn, als bedoeld in artikel 265, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Gelet op dit standpunt wil de rechtbank niet aannemen dat verdachte in deze zaak is verschenen en daarmee de nietigheid van de dagvaarding heeft gedekt. De rechtbank acht de dagvaarding daarom nietig.

3 Beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de dagvaarding nietig.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, voorzitter, en

mr. D.H. Hamburger en mr. P.A.M. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. M. de Jonge en mr. S.A. Lemmens, griffiers, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 13 februari 2026.

Mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, mr. P.A.M. Wijffels en mr. S.A. Lemmens zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.