Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 39 Rv

Behandeling van een verzoek tot wraking redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Het verzoek tot wraking wordt zo spoedig mogelijk ter zitting behandeld door een meervoudige kamer waarin de rechter van wie wraking is verzocht, geen zitting heeft.

  2. 2

    De verzoeker en de rechter van wie wraking is verzocht, worden in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. De meervoudige kamer kan ambtshalve of op verzoek van de verzoeker of de rechter van wie wraking is verzocht, bepalen dat zij niet in elkaars aanwezigheid zullen worden gehoord.

  3. 3

    Indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, kan de meervoudige kamer zonder toepassing te geven aan het eerste en tweede lid beslissen het verzoek zonder behandeling ter zitting af te doen.

  4. 4

    De meervoudige kamer beslist zo spoedig mogelijk. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld in het openbaar uitgesproken en aan de verzoeker, de andere partijen en de rechter van wie wraking was verzocht, medegedeeld.

  5. 5

    In geval van misbruik kan de meervoudige kamer bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Hiervan wordt in de beslissing melding gemaakt.

  6. 6

    Tegen de beslissing staat geen voorziening open.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:887Parket bij de Hoge Raad, 22 september 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beslissing wrakingskamer hof tot niet-ontvankelijkverklaring van hoger beroep tegen beslissing Rb op verzoek tot wraking. Ontvankelijkheid cassatieberoep, beroep op doorbreking van…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1180Parket bij de Hoge Raad, 11 november 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen beslissing van de wrakingskamer van het hof. Op grond van art. 515 lid 5 Sv staat tegen de beslissing op het verzoek tot wraking geen…

  • ECLI:NL:PHR:2025:262Parket bij de Hoge Raad, 21 februari 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Arbitrage. Procesrecht. Art. 1029 Rv. Art. 1057 Rv. Mogelijkheid om een verzoek tot ontheffing van opdracht als arbiter aan voorzieningenrechter voor te leggen, nu het Arbitragereglement van NAI…

  • ECLI:NL:HR:2024:918Hoge Raad, 21 juni 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Beroep tegen beslissing op verzoek tot wraking. Ontvankelijk? Art. 39 lid 5 Rv; doorbrekingsleer.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31071Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2026 (civiel recht)

    Wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing om geen kennis te nemen van de stukken is een procedurele beslissing, ongeacht of die stukken wel of niet al in het dossier zaten. Uitgangspunt is dat een…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31070Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (civiel recht)

    Wraking. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek omdat het verzoek te laat is ingediend en door verzoeker voor het tijdsverloop geen redelijke verklaring is gegeven.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10285Rechtbank Amsterdam, 16 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    De door verzoekster ervaren subjectieve vooringenomenheid wordt niet geobjectiveerd door de aangedragen feiten en omstandigheden. Het verzoek tot wraking is daarom afgewezen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10251Rechtbank Amsterdam, 6 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Een procesbeslissing is geen grond tot wraking. De incidenten met deze rechters die verzoekster naar voren brengt, gaan over eerdere procedures in het verleden. Die kunnen geen grond vormen voor een…

1.191 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.