Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 201 Rv

Plaatsopneming en bezichtiging redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Als de rechter het verzoek tot het horen van getuigen toestaat, bepaalt hij de plaats, de dag en het uur waarop het voorlopig getuigenverhoor zal plaatshebben. De bepalingen over het getuigenverhoor zijn op het voorlopig getuigenverhoor van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    Als de rechter het verzoek toestaat zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, gaat de rechter, voordat hij overgaat tot het houden van het voorlopig getuigenverhoor, eerst na of de verzoeker heeft voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 198, tweede lid.

  3. 3

    Verschijnt de wederpartij bij het verhoor van getuigen ter zitting, dan bepaalt de rechter na afloop daarvan op haar verzoek de plaats waar en het tijdstip waarop het voorlopig getuigenverhoor voor tegenbewijs kan plaatsvinden.

  4. 4

    Als een getuige aannemelijk maakt dat de verzoeker met het voorlopig getuigenverhoor inlichtingen van hem wenst te verkrijgen voor een tegen hem in te stellen vordering, houdt de rechter het verhoor met inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op het verhoor van de partij als getuige. Hiervan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:784Parket bij de Hoge Raad, 3 september 2021 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad. Bewijsrecht. Geschil over de vraag of de Politie onrechtmatig heeft gehandeld door man in te sluiten in een politiecel, en door niet tijdig en adequaat op te treden toen man in de…

  • ECLI:NL:PHR:2018:305Parket bij de Hoge Raad, 30 maart 2018 (civiel recht)

    Verzekeringsrecht. Letselschade. Is art. 7:941 lid 5 BW (analoog) van toepassing bij WAM-aansprakelijkheid? Bewijsoordeel over vraag of eiseres als passagier in auto zat tijdens ongeval. Betekenis…

  • ECLI:NL:PHR:2017:292Parket bij de Hoge Raad, 7 april 2017 (civiel recht)

    Onteigeningsrecht. Vaststelling schadeloosstelling. Taak rechter tot zelfstandig onderzoek. Belastingschade. Dubbele redelijkheidstoets bij vergoeding voor kosten van rechtskundige en deskundige…

  • ECLI:NL:PHR:2015:1715Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2015 (civiel recht)

    Verjaring. Vordering uit overeenkomst van geldlening. Is art. 3:324 BW van toepassing op in executoriale vorm uitgegeven proces-verbaal van schikkingscomparitie?

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2437Rechtbank Noord-Nederland, 22 juni 2026 (europees civiel recht)

    Verzoek voorlopige bewijsverrichtingen (inzage gegevens en voorlopig getuigenverhoor). ICT-leverancier stelt dat voorgenomen aansluiting van derden op elektronisch patiëntendossier van ziekenhuis in…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:566Rechtbank Overijssel, 6 januari 2026 (civiel recht)

    Vraagstuk of een ruimte als woonruimte moet worden aangemerkt. Besluit daarover komt nadat de rechter op de locatie zelf is komen kijken.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:5697Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 september 2025 (civiel recht)

    Ordemaatregelen in een procedure over de afwikkeling van een samenwerking in een agrarische maatschap. Feitelijke voortzetter kan vooralsnog de bedrijfslocatie blijven gebruiken, ook voor mestopslag.…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:5499Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 september 2025 (civiel recht)

    3:185 BW; 3:184 BW; Erfrecht, verdeling nalatenschap, waardering vastgoed door gerechtshof na terugtrekking taxateur-OG wegens opstelling partijen, gevolg rekening courant boekingen huurinkomsten…

47 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.