Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 1015 Rv

Geldt sinds 1 juli 2013

  1. 1

    Procedures betreffende geschillen in de beëindiging waarvan de overeenkomst voorziet, worden door de indiening van het verzoek, bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van rechtswege geschorst, ook indien reeds de dag is bepaald waarop het vonnis, het arrest of de beschikking zal worden uitgesproken.

  2. 2

    Het geschorste geding wordt overeenkomstig artikel 227, eerste lid, hervat: a.voor zover in de procedure om een beslissing wordt verzocht ter zake van een geschil in de beëindiging waarvan de overeenkomst niet voorziet; b.indien de in artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn is verstreken, nadat een gerechtigde onder de overeenkomst binnen die termijn de in dat lid bedoelde mededeling heeft gedaan; c.indien onherroepelijk vaststaat dat het verzoek niet tot toewijzing zal leiden; d.indien de overeenkomst overeenkomstig artikel 908, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt opgezegd; e.indien de behandeling van het verzoek met het oog op de belangen van een gerechtigde onder de overeenkomst en alle omstandigheden in aanmerking genomen, onaanvaardbaar lang duurt en naar verwachting nog onaanvaardbaar lang zal duren; f.indien de partijen in de geschorste procedure daarmee instemmen.

  3. 3

    Artikel 907, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op hetgeen in een ingevolge het tweede lid hervat geding wordt gevorderd.

  4. 4

    Behoudens de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt na schorsing van een hangende procedure het geding op verzoek van de meest gerede partij van de rol afgevoerd indien de in artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn is verstreken.

  5. 5

    De artikelen 225, tweede lid, tweede zin, en derde lid en 227, tweede en derde lid, zijn van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2017:936Hoge Raad, 19 mei 2017 (civiel recht)

    Effectenlease-overeenkomst. Geldt voor het Dexia Aanbod het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW? Belang bij antwoord op die vraag? Verjaring van de vordering tot vernietiging van de…

  • ECLI:NL:PHR:2017:358Parket bij de Hoge Raad, 3 maart 2017 (civiel recht)

    Effectenlease-overeenkomst. Geldt voor het Dexia Aanbod het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW? Belang bij antwoord op die vraag? Verjaring van de vordering tot vernietiging van de…

  • ECLI:NL:PHR:2016:1075Parket bij de Hoge Raad, 28 oktober 2016 (civiel recht)

    Effectenlease-overeenkomst. Geldt voor het Dexia Aanbod het toestemmingsvereiste van art. 1:88 BW? Belang bij antwoord op die vraag? Verjaring van de vordering tot vernietiging van de…

  • ECLI:NL:PHR:2014:219Parket bij de Hoge Raad, 12 februari 2014 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag. Collectieve actie. Stuiting verjaring. Art. 3:317 lid 1 BW. Kan een rechtspersoon, bedoeld in art. 3:305a BW, de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier belangen…

  • ECLI:NL:RBOBR:2022:2498Rechtbank Oost-Brabant, 16 juni 2022 (civiel recht)

    Dieselfraudezaak tegen Volkswagen AG, aangebracht door een claimstichting inzake een vordering van een individuele consument. Eerder heeft de kantonrechter de zaak aangehouden (zie…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:16757Rechtbank Den Haag, 8 november 2017 (civiel recht)

    overeenkomst rechtsgeldig vernietigd op grond van artikel 1:89 BW. Wettelijke rente verschuldigd vanaf moment van verzuim met de nakoming van de terugbetalingsverplichting

  • ECLI:NL:RBZWB:2017:2516Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 mei 2017 (civiel recht)

    Dexia zaak. De afnemer heeft na vernietiging van de effectenleaseovereenkomst door de eega ex art. 1:88 BW, aanspraak op terugbetaling van de inleg (minus dividend) wegens onverschuldigde betaling.…

  • ECLI:NL:RBNNE:2016:5820Rechtbank Noord-Nederland, 20 september 2016 (civiel recht)

    Uit het arrest van de Hoge Raad van 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3018) volgt dat de collectieve vordering ook stuitende werking heeft gehad ten aanzien van de verjaring van de…

41 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.