Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 197 Rv

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Het verzoek wordt gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt. Het verzoek kan ook worden gedaan aan de rechter tot wiens absolute bevoegdheid de zaak behoort en binnen wiens rechtsgebied degenen van wie informatie wordt verlangd, of het grootste aantal van hen, woonplaats hebben of, als zij geen bekende woonplaats in Nederland hebben, werkelijk verblijven. Als de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist, wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter. De rechter beoordeelt summierlijk of hij absoluut bevoegd is en of de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist. In spoedeisende gevallen kan het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens ook worden gedaan aan de voorzieningenrechter.

  2. 2

    Het verzoekschrift houdt in: a.een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek; b.de aard en het beloop van de vordering; c.de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is. Het in onderdeel a vermelde wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid in acht genomen.

  3. 3

    Bij het verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen vermeldt het verzoekschrift ook: a.als wordt verzocht om getuigen te horen, de namen en woonplaatsen van de personen die de verzoeker als getuigen wil horen; b.als wordt verzocht om een bericht of verhoor van deskundigen, de punten waarover het oordeel van deskundigen wordt gevraagd en de namen en hoedanigheid van een of meer door de rechter te benoemen deskundigen; c.als wordt verzocht om een plaatsopneming of bezichtiging, de plaats of de zaak die door de rechter moet worden opgenomen of bezichtigd; d.als wordt verzocht om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens, de aanduiding van de gegevens waarvan inzage, afschrift of uittreksel wordt verzocht en de namen en woonplaatsen van degenen die de gegevens tot hun beschikking hebben.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:996Parket bij de Hoge Raad, 12 september 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Ontvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na 1 januari 2025 genomen rechterlijke beslissing op een inzageverzoek ex art. 843a Rv-oud…

  • ECLI:NL:PHR:2016:858Parket bij de Hoge Raad, 27 mei 2016 (civiel recht)

    BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf. Mondelinge behandeling aangehouden voor contra-expertise; hervatting en beslissing na ruim zes maanden. Strijd met art. 17 en 48 Wet Bopz en art. 5 lid 1…

  • ECLI:NL:PHR:2016:77Parket bij de Hoge Raad, 4 maart 2016 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement ontstane rentevorderingen (art. 3:308 BW). Vraag of deze vorderingen, die gedurende dat…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW4005Parket bij de Hoge Raad, 15 juni 2012 (civiel recht)

    Art. 81 RO. Is periodiek verrekenbeding reeds tijdens huwelijk nagekomen?

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10287Rechtbank Amsterdam, 22 oktober 2026 (civiel recht)

    Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigen verhoor nadat een deelgeschilbeschikking is gewezen waarin is beslist over de aansprakelijkheid voor een verkeersongeval. Rechtbank niet bevoegd.…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7448Rechtbank Midden-Nederland, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    verzoek voorlopig getuigenverhoor en verzoek inzage, afschrift of uittreksel.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30246Rechtbank Den Haag, 9 oktober 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad. Dient – in geval van een verzoek ex artikel 195a Rv – ‘de zaak’ in artikel 197 lid 1, eerste volzin Rv te worden uitgelegd als de zaak tussen verzoeker en de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13424Rechtbank Rotterdam, 7 oktober 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Inzagevordering. Afwijzing. Het inzagerecht strekt niet zo ver dat dat een partij gegevens over de wijze waarop zij intern informatie heeft ingewonnen om verweer te kunnen (laten) voeren…

125 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.