Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 268 Rv

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    In zaken betreffende nalatenschappen is bevoegd de rechter van de laatste woonplaats van de overledene. In afwijking van de eerste zin is in zaken die volgens afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, bevoegd de rechter van de woonplaats van de rechthebbende.

  2. 2

    Van de in artikel 12, vierde lid, tweede volzin, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, bedoelde beschikking wordt door de griffier afschrift gezonden aan de als uitsluitend bevoegde aangewezen kantonrechter, aan de onder curatele gestelde, de rechthebbende en degene ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld en voorts aan de curator, de mentor en aan ieder der bewindvoerders. Van de beslissing is geen hogere voorziening toegelaten. De kantonrechter die als uitsluitend bevoegde is aangewezen, is aan die aanwijzing gebonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:278Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2017 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad, gevaarzetting, art. 6:162 BW. Brand in keuken ontstaan nadat bewoonster het huis verlaat tijdens het koken. Is brand ontstaan door vlam in de pan? Causaal verband…

  • ECLI:NL:HR:2014:2816Hoge Raad, 26 september 2014 (civiel recht)

    Internationaal privaatrecht. Procesrecht. Verzoek tot uitvoerbaarverklaring civielrechtelijke veroordeling in vonnis van Belgische strafrechter. Begrip ‘burgerlijke of handelszaak’ in art. 1…

  • ECLI:NL:PHR:2004:AN8490Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2004 (civiel recht)

    30 januari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/024HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: N.V. OUD LAREN, gevestigd te Gravenwezel, België, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr.…

  • ECLI:NL:PHR:2003:AF7537Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2003 (civiel recht)

    5 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/265HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerder, advocaat…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6224Rechtbank Overijssel, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Beschikking op het verzoek tot benoeming van een vereffenaar ex. artikel 4:203 lid 1 BW

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10900Rechtbank Rotterdam, 27 augustus 2026 (civiel recht)

    Erfrecht. Benoeming vereffenaar. Verwijzing naar rechtbank Den Haag. Artikel 269 Rv. De overledene is niet overleden in Nederland en er zijn geen aanwijzingen dat Nederland de gewone verblijfplaats…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4338Rechtbank Overijssel, 7 juli 2026 (civiel recht)

    Beschikking tot ontheffing van de vereffening.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4034Rechtbank Overijssel, 30 juni 2026 (civiel recht)

    Benoeming vereffenaar in nalatenschap.

95 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.