Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 410 Rv

Geldt sinds 1 maart 2017

  1. 1

    De verweerder, die in cassatie wil komen, doet dit, op straffe van verval van het recht daartoe, bij verweerschrift, dat alsdan een omschrijving behelst van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt.

  2. 2

    De verweerder is in dit incidentele beroep ontvankelijk ook na verloop van de in artikel 402 gestelde termijnen en zelfs na berusting in de uitspraak.

  3. 3

    De afstand van instantie laat de mogelijkheid incidenteel cassatieberoep in te stellen onverlet. De afstand van instantie wordt op dezelfde wijze als het oproepingsbericht in hoger beroep betekend bij de nog niet verschenen verweerder. De verweerder kan binnen twee weken na de kennisgeving van de afstand van instantie aan de Hoge Raad verzoeken een termijn te bepalen voor het instellen van incidenteel cassatieberoep. De gronden van het incidenteel cassatieberoep moeten binnen twee weken na het instellen ervan bij exploot aan de wederpartij worden betekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:996Parket bij de Hoge Raad, 12 september 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Ontvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na 1 januari 2025 genomen rechterlijke beslissing op een inzageverzoek ex art. 843a Rv-oud…

  • ECLI:NL:HR:2020:1224Hoge Raad, 3 juli 2020 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep. Is het in art. 3.1.5.5 van het Procesreglement Hoge Raad genoemde moment een fatale termijn voor het instellen van incidenteel…

  • ECLI:NL:PHR:2020:145Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2020 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep. Is het in art. 3.1.5.5 van het Procesreglement Hoge Raad genoemde moment een fatale termijn voor het instellen van incidenteel…

  • ECLI:NL:PHR:2017:131Parket bij de Hoge Raad, 20 januari 2017 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht, procesrecht. Geding na cassatie en verwijzing door HR 2 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1056, NJ 2014/250. Weigering integriteitsverklaring onrechtmatig? Werknemer niet…

  • ECLI:NL:PHR:2015:711Parket bij de Hoge Raad, 22 mei 2015 (civiel recht)

    Beroepsaansprakelijkheid advocaat indien opdracht aan advocatenmaatschap is gegeven. Maatstaf, HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1406, NJ 2015/267. Praktijkvennootschap; persoonlijk ernstig verwijt…

  • ECLI:NL:PHR:2015:84Parket bij de Hoge Raad, 9 januari 2015 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte (met eerste recht van koop) wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296 lid 1 BW. Belangenafweging, art. 7:296 lid 3 BW. Mocht huurder erop…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1768Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2014 (civiel recht)

    Auteursrecht. Vervolg op HR 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4872 en HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8286. Vordering tot winstafdracht; strekking art. 27a Aw. Begroting van de winst…

  • ECLI:NL:PHR:2014:377Parket bij de Hoge Raad, 2 mei 2014 (civiel recht)

    Vennootschapsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad. De vennootschap, die zich heeft verplicht tot verstrekking eerste pandrecht, verstrekt een tweede pandrecht. Onvoldoende verhaal.…

34 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.