Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 110 Rv

Onbevoegdheid en verwijzing naar bevoegde rechter redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Het verweer dat de rechter niet relatief bevoegd is, wordt op straffe van verval van het recht daartoe gevoerd vóór alle weren ten gronde. In zaken waarin de vordering ten hoogste € 25.000 beloopt, zaken betreffende een individuele arbeidsovereenkomst en zaken als bedoeld in artikel 101 en 103, tweede zin, beoordeelt de rechter ook zonder daartoe strekkend verweer of hij relatief bevoegd is.

  2. 2

    Indien de rechter beslist dat niet hij, maar een andere rechter relatief bevoegd is, verwijst hij de zaak naar deze rechter. Artikel 74, eerste lid en derde lid, eerste zin, zijn van toepassing.

  3. 3

    Tegen een vonnis waarbij een verweer als bedoeld in het eerste lid wordt verworpen of de zaak naar een andere rechter wordt verwezen, is geen hogere voorziening toegelaten. De rechter naar wie de zaak is verwezen, is aan die verwijzing gebonden. De vorige zin mist toepassing indien de rechter zich tevens absoluut onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar een hogere rechter.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1551Hoge Raad, 25 september 2026 (internationaal privaatrecht)

    Collectieve actie. Internationaal privaatrecht, bevoegdheid (art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis). Overgangsrecht Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (art. 3:305a (oud en nieuw) BW…

  • ECLI:NL:PHR:2026:906Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verzet in kort geding. Betekening in persoon ex art. 55 Rv. Volstaat mededeling volgens Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954? Wijze van instellen van het verzet: moet worden gedagvaard…

  • ECLI:NL:PHR:2026:224Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2026 (internationaal privaatrecht)

    Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter en rechtbank Amsterdam o.g.v. art. 8 aanhef en onder 1 dan wel art. 7 aanhef en onder 2…

  • ECLI:NL:PHR:2024:854Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Appeldagvaarding na uitbrengen toegezonden aan verkeerd hof. Vervolgens geen tijdig herstel overeenkomstig art. 125 lid 5 Rv. Doorzendplicht verkeerde hof en inschrijfplicht juiste hof?…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13847Rechtbank Rotterdam, 9 oktober 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Spoorwisselbeschikking. Absolute en relatieve onbevoegdheid.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12660Rechtbank Rotterdam, 18 september 2026 (civiel recht)

    Huur woonruimte. Incident over relatieve bevoegdheid. Forumkeuzebeding mist werking. Verwijzing naar relatief bevoegde rechter.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27101Rechtbank Den Haag, 16 september 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Tussenvonnis. Hoofdzaak en incidenten, waaronder een voorlopige voorziening. Beëindiging jarenlange samenwerking voormalig zakenpartners. Partijen hebben een overeenkomst gesloten…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:7007Rechtbank Oost-Brabant, 11 september 2026 (civiel recht)

    Het betreft een mondeling vonnis in een bevoegdheidsincident dat namens de gemeente Maashorst is opgeworpen in een tegen haar aanhangig gemaakte aanbestedingszaak. Op grond van het forumkeuzebeding…

384 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.