Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 111 Rv

Vereisten van de dagvaarding redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Dagvaarding geschiedt bij exploot.

  2. 2

    Naast de gegevens bedoeld in artikel 45, derde lid, vermeldt het exploot van dagvaarding: a.de door eiser gekozen woonplaats in Nederland; b.in zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, indien de eiser bij gemachtigde procedeert, de naam en het adres van de gemachtigde; c.in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, de naam en het kantooradres van de advocaat die door de eiser wordt gesteld; d.de eis en de gronden daarvan; e.de aanwijzing van de rechter die van de zaak kennisneemt, onder vermelding van het adres van de zittingsplaats waar de zaak moet worden behandeld alsmede, indien de zaak moet worden behandeld in een zittingsplaats waar geen stukken kunnen worden ingediend, het adres waar stukken kunnen worden ingediend; f.de roldatum waartegen wordt gedagvaard en, indien alsdan een terechtzitting plaatsvindt, het uur daarvan; g.in zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen: de wijze waarop de gedaagde in het geding moet verschijnen, te weten in persoon of vertegenwoordigd door een gemachtigde en de wijze waarop de gedaagde kan antwoorden, zoals bepaald in artikel 82, eerste en tweede lid; h.in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen: de wijze waarop de gedaagde in het geding moet verschijnen, te weten vertegenwoordigd door een advocaat; i.de in artikel 139 genoemde rechtsgevolgen die intreden indien de gedaagde niet op de voorgeschreven wijze in het geding verschijnt of, behalve in kantonzaken of zaken in kort geding, het door zijn verschijning verschuldigde griffierecht niet tijdig voldoet; j.indien er meer gedaagden zijn, het in artikel 140, derde lid, genoemde rechtsgevolg dat intreedt indien niet alle gedaagden op de voorgeschreven wijze in het geding verschijnen; k.de mededeling of van gedaagde bij verschijning in de procedure griffierecht zal worden geheven en binnen welke termijn dit griffierecht betaald dient te worden met verwijzing naar een vindplaats van de meest recente bijlage behorende bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken waarin de hoogte van de griffierechten staan vermeld. Hierbij wordt vermeld dat van een persoon die onvermogend is, een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht voor onvermogenden wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven, heeft overgelegd: 1°. een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de Rechtsbijstand, dan wel 2°. een verklaring van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel e, van de Wet op de rechtsbijstand waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens, bedoeld in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet; l.indien het exploot van dagvaarding een zaak betreft waarbij meerdere gedaagden zijn betrokken, de mededeling dat van partijen die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen of gelijkluidend verweer voeren, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven; m.de in artikel 21 genoemde verplichting en de in artikel 149 genoemde rechtsgevolgen die intreden indien de in de dagvaarding gestelde feiten en rechten door de gedaagde niet of onvoldoende worden betwist.

  3. 3

    Het exploot van dagvaarding vermeldt de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor. Verder vermeldt het exploot de bewijsmiddelen waarover eiser kan beschikken en de getuigen die hij kan doen horen ter staving van de aldus betwiste gronden van de eis.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:47Parket bij de Hoge Raad, 12 januari 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Investeringsarbitrage. Vernietigings- en herroepingsprocedure procedure. Onteigeningen na incorporatie van de Krim. Bevoegdheid scheidsgerecht (art. 1065 lid 1 sub a BW). Materieel…

  • ECLI:NL:HR:2022:1387Hoge Raad, 7 oktober 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Anticipatie. Ontslag van instantie. Doorbrekingsgrond. Art. 123 Rv. Art. 126 Rv. Art. 127 lid 2 Rv. Gelegenheid bieden tot herstel verzuim van appellant om advocaat te stellen.…

  • ECLI:NL:PHR:2022:227Parket bij de Hoge Raad, 4 maart 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht; anticipatie; is het niet-verschijnen/melden advocaat appellanten aan te merken als een verzuim van advocaatstelling als bedoeld in art. 123 Rv?; ontslag van instantie op de voet van art.…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1228Parket bij de Hoge Raad, 24 december 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Procesrecht. Mogen in het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven en in het Procesreglement verzoekschriftprocedures in…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:10749Rechtbank Limburg, 7 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Verzet. Ontruiming woonruimte en betaling huurachterstand. Ontruiming reeds plaatsgevonden. Meer dan drie maanden huurachterstand. Ontruiming gerechtvaardigd. Verzet deels gegrond ten…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9276Rechtbank Amsterdam, 30 september 2026 (civiel recht)

    Advocatenkosten voor consument. Vernietiging kostenbeding. Het met de consument overeengekomen kostenbeding is niet transparant en oneerlijk, en wordt door de rechtbank vernietigd. Daardoor komt de…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7118Rechtbank Gelderland, 16 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Vordering tot nakoming betalingsverplichting uit overeenkomst toegewezen. Precieze uitleg en kwalificatie overeenkomst kan in midden blijven, omdat gedaagde betalingsverplichting heeft erkend. Beroep…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6316Rechtbank Overijssel, 15 september 2026 (civiel recht)

    verhuur hoogwerker. Betwisting contactspartij. vordering afgewezen ivm onvoldoende onderbouwd

1.428 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.