Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 496 Rv

Geldt sinds 1 oktober 2020

  1. 1

    Betreft het een executie tot afgifte op vordering van een pandhouder als bedoeld in artikel 237, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, dan geeft de deurwaarder de zaak af aan de pandhouder of derde in wiens macht de zaak moet worden gebracht.

  2. 2

    Is het pandrecht uit hoofde waarvan de afgifte geëist wordt, niet bij een authentieke akte gevestigd, dan kan de deurwaarder de zaak slechts onder zich nemen of in beslag nemen met verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen welker rechtsgebied de zaak zich bevindt. Het verlof wordt verzocht bij een verzoekschrift waarbij de pandakte wordt overgelegd. De voorzieningenrechter beslist na summier onderzoek. Het verlof en het verzoekschrift worden, met het in artikel 491, tweede lid, bedoelde proces-verbaal, aan de pandgever betekend. Tegen een krachtens dit lid gegeven verlof is geen hogere voorziening toegelaten.

  3. 3

    Is op de zaak reeds beslag gelegd, dan kan de deurwaarder haar met handhaving van het beslag niettemin onder zich nemen, mits de pandhouder tevens overeenkomstig artikel 461a de executie van de beslaglegger overneemt. Hij betekent de in de vierde zin van het vorige lid bedoelde stukken onverwijld mede aan de deurwaarder die het beslag heeft gelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:1274Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2013 (insolventierecht)

    Insolventierecht. Vaststellingsovereenkomst tussen curatoren en schuldeiser, waarin pandrecht is erkend; art. 104 Fw. Kan binding curatoren aan vaststellingsovereenkomst op verzoek van andere…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ7199Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2013 (civiel recht)

    Omzetting stil pandrecht in vuistpand, art. 3:236 lid 1 BW. Brengen in de macht van de pandhouder, feitelijke handeling, geen toepassing art. 42 Fw. Verrekening; schuldoverneming voor faillissement?…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:14718Rechtbank Rotterdam, 16 december 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Kort geding. Vordering tot opheffing pandhoudersbeslag op inventarissen van failliete Vapiano-restaurants. Toewijzing. Beslagen zijn vexatoir omdat zij tijdens de afkoelingsperiode zijn gelegd en…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:1144Gerechtshof Den Haag, 24 juni 2025 (civiel recht)

    Afwikkeling overeenkomsten van geldlening. Uitleg vaststellingsovereenkomst. Beroep op dwaling met betrekking tot vaststellingsovereenkomst afgewezen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1528Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 juni 2025 (civiel recht)

    Hoger beroep van ECLI:NL:RBOBR:2024:5926 verbeterd bij ECLI:NL:RBOBR:2024:5929. Dit executiegeschil spitst zich toe op de vraag of de beslaglegger de bij een eerder kortgedingvonnis uitgesproken…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:2510Rechtbank Den Haag, 5 februari 2025 (civiel recht)

    Gedaagde heeft een aanzienlijke vordering op één van eisers en heeft in dat verband executoriaal beslag gelegd op roerende goederen. Geen sprake van misbruik van (beslag- en executie)recht als…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:2694Rechtbank Gelderland, 18 april 2024 (civiel recht)

    Verlof voor executie tot afgifte van roerende zaken waarop pandrecht rust, ex artikel 496 lid 2 Rv jo. artikel 3:237 lid 3 BW. Verkorting termijn artikel 439 lid 1 Rv tot nihil.

  • ECLI:NL:GHARL:2021:11433Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 december 2021 (civiel recht)

    Dwaling koop hakselaar.

29 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.