Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 192 Rv

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Op verzoek van een partij kan de rechter toestemming verlenen voor het horen van deskundigen die niet door de rechter zijn benoemd op de mondelinge behandeling, bedoeld in artikel 87, derde lid, of op een afzonderlijke zitting.

  2. 2

    De rechter ten overstaan van wie in een zaak bewijs wordt bijgebracht, kan aan partijen toestaan bij die gelegenheid ook zodanige deskundigen te doen horen.

  3. 3

    Als de rechter een verhoor van een zodanige deskundige heeft toegestaan, is ook de wederpartij bevoegd op dezelfde voet deskundigen te doen horen.

  4. 4

    De artikelen 166, derde lid, 167 tot en met 170, 174 tot en met 177, eerste lid, 179, tweede, derde en vierde lid, en 180 tot en met 185 over het getuigenverhoor zijn van overeenkomstige toepassing op het verhoor van deze deskundigen.

  5. 5

    Artikel 186, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing wanneer de rechter na een bericht of verhoor van een niet door de rechter benoemde deskundige, op verzoek van een partij of ambtshalve een deskundige wil benoemen als bedoeld in artikel 186, eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:200Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Schadebegroting. Kansschade door hof toegewezen na onrechtmatig verwerven van tender. Verwijzingsplicht rechter na afwijzing van (heropenings)verzoek om stukken in het geding te brengen…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1085Parket bij de Hoge Raad, 19 november 2021 (personen- en familierecht)

    Verlenging machtiging uithuisplaatsing bij andere met gezag belaste ouder gevolgd door beschikking wijziging hoofdverblijfplaats kind bij diezelfde ouder ogv art. 1:253a BW. Is machtiging vervallen…

  • ECLI:NL:PHR:2021:267Parket bij de Hoge Raad, 12 maart 2021 (personen- en familierecht)

    Jeugdrecht. Uithuisplaatsing. Beoordeling rechtmatigheid verlenging machtiging uithuisplaatsing in hoger beroep nadat geldigheidsduur machtiging is verstreken. Kan inleidend verzoek alsnog worden…

  • ECLI:NL:PHR:2018:162Parket bij de Hoge Raad, 2 maart 2018 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7060Rechtbank Amsterdam, 9 juli 2026 (civiel recht)

    Eindbeschikking. Het verzoek tot een nieuwe mondelinge behandeling wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4038Rechtbank Overijssel, 30 juni 2026 (civiel recht)

    Verzoek tot vervanging van een deskundige.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:5360Rechtbank Rotterdam, 13 mei 2026 (verbintenissenrecht)

    Geschil tussen zorgverzekeraar en huisartsenpost die niet deelneemt aan een huisartendienstenstructuur over declaraties voor zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. Materiële controle naar…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:3398Rechtbank Noord-Nederland, 20 augustus 2025 (civiel recht)

    Artikel 192 en 196 Rv. Verzoek om een voorlopig getuige-partijdeskundigenverhoor over de inzet van Covid-19 injecties als biowapen in het kader van een project genaamd ‘Covid 19: the Great Reset’…

134 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.