Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 575 Rv

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Geldt de verkoop een buitenlands zeeschip, dan kan zij ook plaats vinden voor de rechtbank ter openbare zitting. De executant verzoekt daartoe aan de rechtbank Rotterdam, bepaling van dag en uur van de verkoop. De rechtbank stelt deze vast met inachtneming van de in het tweede lid bedoelde termijnen waarbinnen geen verkoop kan plaatsvinden.

  2. 2

    De verkoop kan, onverminderd de in artikel 571 voorgeschreven termijn, niet plaats vinden voordat dertig dagen zijn verstreken nadat de executant ter griffie heeft ingediend: a.de veilingvoorwaarden; b.een verklaring van de deurwaarder of van een advocaat dat aan de in artikel 571, eerste lid, voorgeschreven aanplakkingen en aankondigingen is voldaan, waarbij exemplaren daarvan zijn gevoegd; c.een door een advocaat opgestelde en ondertekende lijst van de bekende rechthebbenden en beslagleggers op het schip.

  3. 3

    De executant deelt onverwijld aan de in het tweede lid onder c bedoelde rechthebbenden en beslagleggers schriftelijk dag en uur van de verkoop mede en dient ter griffie in een verklaring van een advocaat dat aan dit voorschrift is voldaan.

  4. 4

    Tenminste drie dagen voor de aanvang van de verkoop stelt de voorzieningenrechter van de rechtbank een staat van geschatte kosten van de executie op, die op de griffie en ter zitting ter inzage wordt gegeven.

  5. 5

    De verkoop geschiedt eerst bij opbod en vervolgens bij afmijning. Met betrekking tot de veilingvoorwaarden zijn de artikelen 517, tweede lid, en 518 van overeenkomstige toepassing. De executant geeft schriftelijk van de verkoop kennis aan de geëxecuteerde en de hem bekende rechthebbenden en beslagleggers.

  6. 6

    Tegen het vonnis van verkoop en toewijzing is geen hogere voorziening toegelaten.

  7. 7

    Artikel 538 is van overeenkomstige toepassing. De dagvaarding waarbij het verzet plaatsvindt, wordt mede aan de griffier betekend. Deze betekening schorst de executie.

  8. 8

    De rechtbank kan op verzoek van de executant nader dag en uur van de verkoop vaststellen. In dat geval vinden de in artikel 571, eerste lid, bedoelde aanplakkingen en aankondigingen opnieuw plaats.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:10583Rechtbank Rotterdam, 1 december 2022 (civiel recht)

    Onderhandse verkoop zeeschip ex art. 3:268 lid 2 BW na mislukte veiling ex art. 575Rv.

  • ECLI:NL:RBROT:2021:10588Rechtbank Rotterdam, 21 september 2021 (civiel recht)

    Kort geding. Voeging. Eisers en gedaagden hebben een geschil ten aanzien van de eigendom van een tweetal chemicaliëntankers die in de Rotterdamse haven liggen. Vanwege diverse beslagen kunnen de…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:10589Rechtbank Rotterdam, 21 september 2021 (civiel recht)

    Kort geding. Voeging. Bemanning van een tweetal chemicaliëntankers die al geruime tijd in de Rotterdamse haven liggen, vordert een verbod op belemmering van de geplande gerechtelijke verkoop van de…

  • ECLI:NL:OGEAC:2020:166Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 6 juli 2020 (civiel recht)

    Scheepsveiling cruiseschip ‘Resolute’. Vonnis van verkoop en toewijzing.

  • ECLI:NL:OGEAC:2017:125Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 16 augustus 2017 (civiel recht)

    scheepsveiling

  • ECLI:NL:OGEAC:2016:102Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 21 maart 2016 (civiel recht)

    Scheepsveiling Deepsea Metro II. Vonnis van verkoop en toewijzing.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.