Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 339 Rv

Termijn voor hoger beroep redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    De termijn voor het instellen van hoger beroep is drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dan wel de dag van de mondelinge uitspraak als bedoeld in artikel 29a.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid is de termijn van beroep van een vonnis in kort geding vier weken.

  3. 3

    De gedaagde in hoger beroep kan incidenteel beroep instellen, zelfs na verloop van deze termijnen en na berusting in het vonnis. Het incidenteel beroep wordt, op straffe van verval, ingesteld bij de conclusie van antwoord.

  4. 4

    De afstand van instantie laat de mogelijkheid incidenteel beroep in te stellen onverlet. De gedaagde in hoger beroep kan op de roldatum waarop de afstand van instantie is gedaan, de rechter verzoeken voor het instellen van incidenteel beroep een termijn te bepalen. De gedaagde in hoger beroep kan het incidenteel beroep ook instellen op een roldatum die binnen twee weken na de afstand van instantie bij exploot aan eiser in hoger beroep is aangezegd. Artikel 74, eerste lid, tweede tot en met vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    Indien in eerste aanleg een vordering tot vrijwaring geheel of gedeeltelijk is afgewezen op grond van de afwijzing van de vordering in de hoofdzaak, staat het hoger beroep daartegen open tot het moment dat in de hoofdzaak in hoger beroep de conclusie van antwoord wordt genomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:640Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2026 (internationaal privaatrecht)

    Overheidsprivaatrecht. IPR. Zorgplicht ex art. 7:658 lid 4 BW. Rechtsmacht ex art. 1 EVRM. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Art. 4:84 Awb. Werknemers van Afghaans beveiligingsbedrijf dat…

  • ECLI:NL:PHR:2025:996Parket bij de Hoge Raad, 12 september 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Ontvankelijkheidsincident. Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Geldt voor een na 1 januari 2025 genomen rechterlijke beslissing op een inzageverzoek ex art. 843a Rv-oud…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1280Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Appelprocesrecht, aanvang beroepstermijn (art. 339 Rv), verschoonbare termijnoverschrijding na beweerdelijke apparaatsfout, invloed onttrekking advocaat op aanvang beroepstermijn?

  • ECLI:NL:PHR:2024:99Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verzettermijn van art. 143 lid 3 in verbinding met art. 144 aanhef en onder b. Rv; toepassing verzettermijn en art. 6 EVRM; nadere termijn; lengte nadere termijn

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5721Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 september 2026 (civiel recht)

    Grensgeschil tussen twee eigenaren van aangrenzende agrarische percelen. Omvang rechtsstrijd in hoger beroep.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:20361Rechtbank Den Haag, 22 juli 2026 (burgerlijk procesrecht)

    verkapte verzetprocedure. consument doet beroep op het niet ambtshalve toetsen van algemene voorwaarden en informatieplichten. Dit zou reden moeten zijn voor het openbreken van een verstekvonnis.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:20381Rechtbank Den Haag, 22 juli 2026 (civiel recht)

    Verkapte verzetprocedure. Verzettermijn al lang verstreken. Medische behandelvereenkomst. Geen reden voor openbreken verstekvonnis omdat niet ambtshalve is getoetst op oneerlijke bedingen uit…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:1946Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 maart 2026 (civiel recht)

    Effectenlease. Dexia. Appeltermijn overschreden. Hoger beroep niet-ontvankelijk.

307 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.