Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 87 Rv

Comparitie voor inlichtingen of schikking redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    De rechter kan, op verzoek van partijen of van een van hen dan wel ambtshalve, in alle gevallen en in elke stand van het geding een mondelinge behandeling bevelen.

  2. 2

    Tijdens de mondelinge behandeling stelt de rechter partijen in de gelegenheid hun stellingen toe te lichten en kan de rechter: a.partijen verzoeken hem inlichtingen te geven, b.partijen gelegenheid geven hun stellingen nader te onderbouwen, c.een schikking beproeven, d.met partijen overleggen hoe het vervolg van de procedure zal verlopen, en e.die aanwijzingen geven of die proceshandelingen bevelen die hij geraden acht, voor zover de rechter dit in overeenstemming acht met de eisen van een goede procesorde.

  3. 3

    Met voorafgaande toestemming van de rechter kunnen tijdens de mondelinge behandeling getuigen en partijdeskundigen worden gehoord. De negende afdeling van de tweede titel is van overeenkomstige toepassing, onverminderd artikel 284, eerste lid.

  4. 4

    Voor zover mogelijk bericht de griffier partijen tevoren over het doel van de mondelinge behandeling.

  5. 5

    Partijen verschijnen op de mondelinge behandeling in persoon of bij gemachtigde. In zaken waarin zij niet in persoon kunnen procederen, verschijnen zij bij advocaat. De rechter kan verschijning in persoon bevelen. Partijen die op de mondelinge behandeling in persoon verschijnen, mogen zich laten bijstaan door hun gemachtigde. In zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, is de gemachtigde een advocaat.

  6. 6

    Onverminderd artikel 85, worden processtukken en andere stukken zoveel mogelijk onmiddellijk bij dagvaarding dan wel conclusie van antwoord en tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling in het geding gebracht, tenzij de wet een andere termijn voorschrijft. Stukken die na die termijn of ter zitting in het geding worden gebracht, worden door de rechter buiten beschouwing gelaten, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet.

  7. 7

    Indien met het oog op de mondelinge behandeling een bevel als bedoeld in artikel 22 wordt gegeven, moeten de stukken uiterlijk op een door de rechter te bepalen dag vóór de datum van de mondelinge behandeling zijn ingediend en aan de wederpartij ter beschikking zijn gesteld.

  8. 8

    Heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, dan biedt de rechter voordat hij over de zaak beslist, aan partijen desverlangd gelegenheid hun standpunt mondeling uiteen te zetten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:919Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (civiel recht)

    Scheiding tussen kerk en staat; art. 9 (jo. 11) EVRM; art. 2:2 lid 2 BW; bevoegdheid van de burgerlijke rechter bij vordering uit onrechtmatige daad tegen Jehovah’s Getuigen; ontvankelijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2026:574Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Huurrecht; procesrecht. Reikwijdte art. 2.25 Lpr ('beraad partijen'), vervolg op HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1153. Toepassing splitsingscriteria HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7637.

  • ECLI:NL:PHR:2026:558Parket bij de Hoge Raad, 5 juni 2026 (civiel recht)

    Schadestaatprocedure. Schending non-concurrentiebeding in zeesleepvaart. Schadebegroting. Ten onrechte leerstuk van de kansschade niet toegepast? Voorshandse oordelen en gelegenheid voor leveren…

  • ECLI:NL:HR:2026:845Hoge Raad, 5 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Uitzondering op tweeconclusieregel? Verzet goede procesorde zich ertegen dat stukken die later dan tien dagen voor zitting zijn ingebracht…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:10587Rechtbank Limburg, 14 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Huur woonruimte. Geurhinder. Uitspraak Huurcommissie geen huurprijsvermindering. Huurder vordert onder meer huurprijsverlaging. Vorderingen afgewezen. Huurder heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29557Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Schending concurrentiebeding na bedrijfsovername. Beperking van het concurrentiebeding op grond van de redelijkheid en billijkheid. Matiging van de verbeurde contractuele boete.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5771Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 september 2026 (civiel recht)

    Afwijzing verzoek om een nieuwe mondelinge behandeling na enquête.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25453Rechtbank Den Haag, 2 september 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Uniemerk. Verkoop van visvazen onder de naam (The) Bubble Jug vormt geen inbreuk (sub b) op het merk Gluggle Jug. Wel merkinbreuk sub a door gebruik van het teken #glugglejug op social media. Wel…

374 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.