Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 230 Rv

Inhoud van het vonnis redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Het vonnis vermeldt: a.de namen en de woonplaats van de partijen, en de namen van hun gemachtigden of advocaten; b.het verloop van het geding; c.de slotsom van de dagvaarding en de conclusies van partijen; d.de slotsom van de conclusie van het openbaar ministerie in de gevallen waarin het is gehoord; e.de gronden van de beslissing, waaronder begrepen de feiten waarop de beslissing rust; f.de beslissing; g.de naam van de rechter of, bij een meervoudige kamer, de namen van de rechters door wie het vonnis is gewezen; h.de dag van de uitspraak.

  2. 2

    Indien tegen de gedaagde of, bij meer gedaagden, tegen hen allen verstek is verleend en de vorderingen van de eiser geheel of gedeeltelijk worden toegewezen, kan ten aanzien van de ingevolge het eerste lid onder a, c, e en f te vermelden gegevens worden volstaan met verwijzing naar een door de griffier gewaarmerkt afschrift van het exploot van dagvaarding waarop het vonnis wordt gesteld of dat aan het vonnis wordt gehecht.

  3. 3

    Het vonnis wordt door de rechter, of, bij een meervoudige kamer, door de voorzitter en de griffier ondertekend. Het vonnis kan ook worden ondertekend door de rechter die het uitspreekt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:611Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2026 (goederenrecht)

    Procesrecht. Goederenrecht. Parate executie bij hypotheek (art. 3:268 BW). Verlof voor onderhandse verkoop (art. 3:268 lid 2 BW). Doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW.…

  • ECLI:NL:PHR:2026:612Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2026 (goederenrecht)

    Erfdienstbaarheden. Verkrijgende verjaring van erfdienstbaarheid uit hoofde van art. 3:105 BW. Geval van aangrenzende erven die aanvankelijk in dezelfde hand waren en waarvan de inrichting vanaf het…

  • ECLI:NL:PHR:2026:580Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2026 (belastingrecht)

    Art. 8:61 en art. 8:77 Awb. Art. 83 Wet RO. Wat zijn de gevolgen voor de uitspraak indien (i) de griffier het proces-verbaal van de zitting en de uitspraak niet heeft ondertekend, en (ii) in het…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1229Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2024 (verbintenissenrecht)

    Koop van roldeuren. Dwaling? Hof komt terug op eerdere rolbeslissing en voegt antwoordakte toe aan het procesdossier. Volgens eiseres tot cassatie is dat niet met haar gecommuniceerd. Schending van…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1547Gerechtshof Amsterdam, 9 juni 2026 (civiel recht)

    Aansprakelijkheid beleggingsonderneming voor schade ten gevolge van de vertraagde uitvoering van een opdracht tot overboeking van een effectenportefeuille na opzegging overeenkomst. Vraag of…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:1801Rechtbank Den Haag, 11 februari 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Verstekvonnis. Intellectuele eigendom, merkenrecht. Inbreuk op Volkswagen-merken.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:22539Rechtbank Den Haag, 8 oktober 2025 (civiel recht)

    Verstekzaak.

  • ECLI:NL:OGEAA:2025:273Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 17 september 2025 (civiel recht)

    Kort geding. Vordering tot opheffing beslag toegewezen

207 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.