Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 159 Rv

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Een geschrift dat het uiterlijk heeft van een authentieke akte, geldt als zodanig behoudens bewijs van het tegendeel.

  2. 2

    Een onderhandse akte waarvan de ondertekening door de partij, tegen welke zij dwingend bewijs zou leveren, stellig wordt ontkend, levert geen bewijs op, zolang niet bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is. Is degeen tegen wie de akte wordt ingeroepen een ander dan hij die haar ondertekend zou hebben, dan kan worden volstaan met de verklaring, dat men de echtheid van de ondertekening niet erkent.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1130Parket bij de Hoge Raad, 17 oktober 2025 (arbeidsrecht)

    Weigering door bank als werkgever om aan bankiers bonussen uit te keren op de grond dat zij aan een klant van de bank om een personal fee hebben gevraagd. Bewijswaardering. Echtheid van geluidsopname.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1014Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2024 (verbintenissenrecht)

    Vermogensrecht; procesrecht. Vernietiging vaststellingsovereenkomst door echtgenote (art. 1:88 en 1:89 BW). Handtekeninggeschil? Processuele band verweer in conventie en eis in reconventie.

  • ECLI:NL:PHR:2024:370Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (civiel recht)

    Internationaal privaatrecht. EU-mededingingsrecht. Luchtvaartkartel. Follow-on vorderingen. Kwalificatie ‘enkelvoudige en voortdurende inbreuk’ in zin art. 101 VWEU; één vordering van gelaedeerde per…

  • ECLI:NL:PHR:2024:172Parket bij de Hoge Raad, 19 januari 2024 (personen- en familierecht)

    Procesrecht. Erfrecht. Vader heeft twee van zijn kinderen onterfd en derde kind tot enig erfgenaam benoemd. In 2016 is schuldbekentenis getekend waarin vader verklaart bedrag derde kind schuldig te…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:11055Rechtbank Limburg, 14 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Verzet. Kredietovereenkomst. Rechtsgeldige cessie. Geen verjaring van de hoofdsom. Gedaagde partij is kredietovereenkomst aangegaan. Geen handtekeningenonderzoek. Rentevordering deels verjaard.…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2549Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Erfrecht. Procesbevoegdheid. Gezamenlijke bevoegdheid vereffenaars (art. 4:198 BW). Oproeping ex 118 Rv ontbrekende vereffenaar. Onrechtmatig geld onttrokken aan bankrekening erflaatster (tijdens…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7239Rechtbank Gelderland, 11 september 2026 (verbintenissenrecht)

    De vordering tot betaling van de annuleringsvergoeding wordt afgewezen. Gedaagde heeft met betrekking tot de totstandkoming van de overeenkomst een voorbehoud gemaakt, te weten dat zijn verzekeraar…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:11916Rechtbank Rotterdam, 11 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Tussenvonnis. Bewijsopdracht aan eiser dat gedaagde de leaseovereenkomst met haar heeft gesloten. Gedaagde voert aan dat sprake is van identiteitsfraude.

436 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.