Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 206 Rv

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Het beslag wordt gelegd bij een proces-verbaal van een deurwaarder dat, behalve de gewone formaliteiten, op straffe van nietigheid het verkregen rechterlijk verlof vermeldt. Dadelijk na de beslaglegging of uiterlijk op de volgende dag gaat de deurwaarder over tot een meer nauwkeurige aanduiding van de gegevens of zaken die in beslag zijn genomen. Het proces-verbaal wordt binnen drie dagen na de beslaglegging betekend aan de wederpartij en bij een beslag onder een derde, ook aan de derde en als er een bewaarder is, ook aan hem. Het proces-verbaal dat is bestemd voor de beslaglegger bevat een globale aanduiding van de in beslag genomen gegevens of zaken. Van de in beslag genomen gegevens of zaken krijgt de beslaglegger geen kennis dan nadat de rechter daarover afzonderlijk in de hoofdzaak heeft beslist. Bevatten de in beslag genomen gegevens persoonsgegevens, dan wordt aan de verplichtingen op grond van de artikelen 13 en 14 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming voldaan zodra de rechter heeft beslist dat recht op kennisneming van die gegevens bestaat.

  2. 2

    De verzoeker mag bij de beslaglegging niet aanwezig zijn, tenzij de rechter anders heeft bepaald of de deurwaarder zijn aanwezigheid noodzakelijk acht voor het aanwijzen van de in beslag te nemen gegevens of zaken. In alle gevallen wordt de bescherming van vertrouwelijke gegevens gewaarborgd. Degene onder wie beslag wordt gelegd, is verplicht zijn medewerking aan de tenuitvoerlegging van het rechterlijk verlof tot beslaglegging te verlenen. Onder de in beslag te nemen gegevens wordt ook begrepen de gegevensdrager zelf. De artikelen 440, tweede lid, 444, 444a en 444b zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Het beslag vervalt van rechtswege zodra de rechter in de aanhangige procedure of in de ingestelde hoofdzaak heeft beslist dat geen recht op kennisneming van de in beslag genomen gegevens of zaken bestaat en deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Heeft de rechter beslist dat recht op kennisneming bestaat, dan vervalt het beslag van rechtswege zodra het vonnis of de beschikking in de procedure waarin de in beslag genomen gegevens of zaken tot bewijs kunnen dienen, in kracht van gewijsde is gegaan. De in beslag genomen gegevens of zaken worden onverwijld teruggegeven aan degene onder wie het beslag is gelegd onder gelijktijdige vernietiging van alle kopieën. Als de in beslag genomen gegevens of zaken in gerechtelijke bewaring zijn gegeven, is de bewaarder verplicht tot afgifte daarvan aan degene onder wie het beslag is gelegd. De rechter kan op verzoek van partijen of ambtshalve anders bepalen en nadere aanwijzingen geven.

  4. 4

    Onverminderd artikel 705 kan de wederpartij in de procedure waarin de eis in de hoofdzaak is ingesteld, vorderen dat het beslag wordt opgeheven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:849Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Burgerlijk procesrecht. Art. 843a Rv (oud)-inzageverzoek en tegenverzoeken. Terugkomen van Semtex-maatstaf (ECLI:NL:HR:2020:1251)? Voldaan aan Semtex-maatstaf? Bepaalde bescheiden? Getuigenverhoor…

  • ECLI:NL:PHR:2025:905Parket bij de Hoge Raad, 29 augustus 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Beslagrecht. Bewijsbeslag naar oud bewijsrecht. Beslaglegger legt na verval beslag opnieuw beslag op hetzelfde bewijsmateriaal, ditmaal onder bij eerste beslag aangestelde bewaarder. Is…

  • ECLI:NL:PHR:2025:753Parket bij de Hoge Raad, 4 juli 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Exhibitievordering in niet-IE-zaak (art. 843a (oud) Rv). Rechtmatig belang bij inzage. Voldoende bepaald zijn van de bescheiden waarin inzage wordt gevorderd. Begrip rechtsbetrekking.…

  • ECLI:NL:PHR:2023:470Parket bij de Hoge Raad, 3 mei 2023 (personen- en familierecht)

    Cassatie in belang der wet: mag de rechter in omgangszaken ex art. 1:377a BW ambtshalve een dwangsom opleggen?

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:3733Rechtbank Midden-Nederland, 17 juni 2026 (civiel recht)

    kwalificatie arbeidsrelatie. geheimhoudingsbeding niet overtreden. zakelijke e-mails naar privé mailadres gemaild. geen opheffing bewijsbeslag.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:590Rechtbank Overijssel, 6 februari 2026 (civiel recht)

    Geschil over nakoming non-concurrentiebeding.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:595Rechtbank Gelderland, 26 januari 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Bewijsbeslag. Vordering in conventie tot afgifte van stukken ex artikel 197 Rv afgewezen vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang. Vordering in reconventie tot opheffing van het…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2025:316Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 18 november 2025 (civiel recht)

    Curaçao. Kort geding. Handelszaak. Het hoger beroep wordt ingetrokken. De proceskosten worden gecompenseerd tussen de natuurlijke personen omdat zij bloedverwanten zijn (art. 60 Rv)

36 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.