Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 147 Rv

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Door het verzet wordt de instantie heropend. Het geding verloopt als in de vijfde afdeling bepaald, met dien verstande dat het exploot van verzet als conclusie van antwoord geldt.

  2. 2

    Was het verstek tegen de oorspronkelijk gedaagde verleend wegens het niet tijdig voldoen van het door hem verschuldigde griffierecht, dan zorgt de oorspronkelijk gedaagde dat het verschuldigde griffierecht is voldaan op de eerste roldatum van het verzet. Is het verschuldigde griffierecht, bedoeld in de eerste zin, niet alsnog tijdig voldaan, dan bekrachtigt de rechter het verstekvonnis.

  3. 3

    Was het verstek tegen de oorspronkelijk gedaagde verleend wegens het niet verschijnen in het geding, dan houdt de rechter de zaak aan zolang de gedaagde het verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt. De tweede zin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:906Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verzet in kort geding. Betekening in persoon ex art. 55 Rv. Volstaat mededeling volgens Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954? Wijze van instellen van het verzet: moet worden gedagvaard…

  • ECLI:NL:PHR:2024:731Parket bij de Hoge Raad, 5 juli 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Appelprocesrecht; kort geding, taak appelrechter, spoedeisend belang. Ambtshalve plicht tot splitsing/retrospectie? Onbegrijpelijke motivering hof van algemene vernietiging verzetvonnis.

  • ECLI:NL:PHR:2024:200Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Schadebegroting. Kansschade door hof toegewezen na onrechtmatig verwerven van tender. Verwijzingsplicht rechter na afwijzing van (heropenings)verzoek om stukken in het geding te brengen…

  • ECLI:NL:PHR:2023:817Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2023 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen op de voet van art. 392 Rv. Leidt de jurisprudentie van het HvJ in de arresten van 17 mei 2022 (ECLL:EU:C:2022:394 t/m 397) ertoe dat in verzetzaken tussen een handelaar en…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12953Rechtbank Rotterdam, 30 september 2026 (civiel recht)

    Verzetprocedure. Wettelijke beperkte gemeenschap van goederen. De woning van de vrouw viel daar niet in. Vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3911Rechtbank Noord-Nederland, 3 september 2026 (civiel recht)

    verzetzaak in kort geding, loonvordering, geen sprake van beëindiging met wederzijds goedvinden, geen opzegging door werkgever

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:1350Rechtbank Midden-Nederland, 25 maart 2026 (civiel recht)

    Verzetzaak; ongegrond; geschil over kennisneming van de oorspronkelijke dagvaarding. Dagvaarding deugdelijk betekend. Het komt voor risico van eiser in verzet als hij daarvan geen kennis heeft…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:1223Rechtbank Oost-Brabant, 12 maart 2026 (civiel recht)

    Vonnis in incident. De uitvoerbaarheid van het verstekvonnis zal worden geschorst totdat in de verzetprocedure einduitspraak is gedaan.

113 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.