- ECLI:NL:PHR:2021:748Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2021 (verbintenissenrecht)
Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Beëindiging van engagement letter. Verschuldigdheid boete. Ongedaanmakingsvordering ingesteld bij (schriftelijk) pleidooi.
- ECLI:NL:PHR:2019:376Parket bij de Hoge Raad, 12 april 2019 (civiel recht)
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verhoor partijgetuige nadat deze aanwezig is geweest bij verhoor andere getuige. Art. 179 Rv. Invloed op bewijskracht van verklaring van partijgetuige? Art. 164 Rv.
- ECLI:NL:PHR:2019:484Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2019 (civiel recht)
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen briefadres in plaats van openbaar te betekenen op de voet…
- ECLI:NL:HR:1935:189Hoge Raad, 31 mei 1935 (civiel recht)
Getuigenbewijs In hooger beroep. Grief van appellant, dat de Rechtbank hem niet tot het aangeboden getuigenbewijs heeft toegelaten, door het Hof weerlegd met de overweging, dat, wat er zij van deze…
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27101Rechtbank Den Haag, 16 september 2026 (ondernemingsrecht)
Ondernemingsrecht. Tussenvonnis. Hoofdzaak en incidenten, waaronder een voorlopige voorziening. Beëindiging jarenlange samenwerking voormalig zakenpartners. Partijen hebben een overeenkomst gesloten…
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7874Rechtbank Amsterdam, 31 juli 2026 (burgerlijk procesrecht)
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verwijst dit kort geding naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Eiser is een Nederlandse vennootschap. Gedaagden zijn…
- ECLI:NL:RBROT:2026:10285Rechtbank Rotterdam, 22 juli 2026 (verbintenissenrecht)
Eiseres vordert terugbetaling van verschillende leningen die zij stelt te hebben verstrekt aan gedaagde. Gedaagde wordt toegelaten tot het leveren van bewijs van de stelling dat hij aflossingen heeft…
- ECLI:NL:RBDHA:2026:19768Rechtbank Den Haag, 16 juli 2026 (arbeidsrecht)
De kantonrechter te Den Haag is onbevoegd, omdat Den Haag niet de plaats is waar de arbeid hoofdzakelijk werd verricht in de zin van artikel 100 Rv.
151 uitspraken verwijzen naar dit artikel.