Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 1019j Rv

Bevoegdheid van de pachtkamer redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2013

Door de pachtkamer van de rechtbank bedoeld in artikel 48 van de Wet op de rechterlijke organisatie, worden behandeld en beslist alle zaken betreffende a. een pachtovereenkomst als bedoeld in de vijfde titel van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; b. een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst; c. een overeenkomst tot het aangaan van een pachtovereenkomst; d. een overeenkomst waarbij persoonlijke zekerheid wordt gesteld voor de nakoming van een pachtovereenkomst; e. een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 399c of 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; f. een overeenkomst tussen de afgaande en opkomende pachter, verband houdende met de overgang van het bedrijf; g. vorderingen tot ontruiming van het gepachte door de pachter of de gewezen pachter en tot opeising van het verpachte van de pachter of gewezen pachter; h. vorderingen tot schadevergoeding of betaling van het bedrag, bedoeld in de artikelen 373, eerste en derde lid, en 377, derde en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; i. vorderingen tot terugbetaling van te veel betaalde pacht; j. vorderingen tot vergoeding van schade wegens onrechtmatig gebruik van het gepachte, nadat de pachtovereenkomst is geëindigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:482Parket bij de Hoge Raad, 15 mei 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Is sprake van een teelpachtovereenkomst (art. 70f Pachtwet (oud)) dan wel van reguliere pacht? Dwingendrechtelijk vereiste van registratie?

  • ECLI:NL:PHR:2019:979Parket bij de Hoge Raad, 6 september 2019 (civiel recht)

    Contractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter). Maatstaf om overeenkomst als pachtovereenkomst aan te merken; art. 7:311 BW;.…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ5346Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2013 (civiel recht)

    Beëindiging pachtovereenkomst. Aanvulling van de bij opzegging vermelde gronden? Art. 7:370 lid 1 aanhef en onder a BW.

  • ECLI:NL:HR:2010:BK4933Hoge Raad, 29 januari 2010 (civiel recht)

    Pachtrecht. Cassatieberoep tegen uitspraak pachtkamer Gerechtshof Arnhem niet-ontvankelijk ex art. 134 (van de inmiddels vervallen) Pachtwet. Vordering tot vergoeding van schade als gevolg van…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5940Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 september 2026 (civiel recht)

    Het hof wijst de incidentele vordering (artikel 194 en 195 Rv en 3:15j BW) tot afgifte van facturen, administratie, overzichten, laboratoriumuitslagen van grondmonsters en gecombineerde opgaven…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:6019Rechtbank Den Haag, 18 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Verdeling nalatenschappen. Tussenvonnis. Verwijzing naar de pachtkamer voor de vordering tot ontbinding van de pachtovereenkomst.

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:5601Rechtbank Overijssel, 16 september 2025 (civiel recht)

    Vader van verweerders heeft in 1979 een perceel aan de gemeente verkocht, met het recht om dit perceel te blijven gebruiken totdat de gemeente het perceel nodig heeft voor de aanleg van een park.…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:5752Rechtbank Oost-Brabant, 11 september 2025 (civiel recht)

    Eindvonnis pachtzaak. Vervolg op: ECLI:NL:RBOBR:2025:126. Ontbinding twee pachtovereenkomsten, omdat uitoefening van bedrijfsmatige landbouw niet (meer) aan de orde is. Ook moet een derde perceel…

51 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.