Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 407 Rv

Inhoud van de cassatiedagvaarding redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Het beroep in cassatie wordt ingesteld door een procesinleiding, die wordt getekend door een advocaat bij de Hoge Raad en wordt ingediend op de wijze bedoeld in artikel 397.

  2. 2

    Op de procesinleiding is artikel 111, tweede lid, onderdelen a, c, en e, van overeenkomstige toepassing. Daarnaast vermeldt de procesinleiding: a.de naam en in geval van een natuurlijke persoon tevens de voornamen van de eiser of de verzoeker, de woonplaats van eiser en de door hem gekozen woonplaats in Nederland, respectievelijk de woonplaats of, bij gebreke daarvan, het werkelijk verblijf van de verzoeker, b.de naam en woonplaats van de verweerder bij de vordering, dan wel de bij de verzoeker bekende namen en woonplaats van belanghebbenden, c.de dag waarop de verweerder ten laatste kan verschijnen, welke dag ten minste vier weken en uiterlijk zes maanden ligt na de dag van indiening van de procesinleiding, d.de omschrijving van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt.

  3. 3

    De eiser is gehouden in de procesinleiding een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen, die hem in het geding zal vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid.

  4. 4

    De eiser wordt geacht woonplaats te hebben gekozen bij die advocaat, tenzij de procesinleiding een andere gekozen woonplaats in Nederland uitdrukt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:994Parket bij de Hoge Raad, 16 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Contractenrecht. Weens Koopverdrag. Tekortkoming, schadevergoeding en -begroting.

  • ECLI:NL:PHR:2026:938Parket bij de Hoge Raad, 2 oktober 2026 (civiel recht)

    Rechtspersonenrecht. Ontslag van bestuurders. Bijeenroeping van algemene vergadering. Tegenstrijdig belang van bestuurders.

  • ECLI:NL:PHR:2026:860Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2026 (arbeidsrecht)

    Aanneming van werk; rechtvaardigt de tekortkoming de ontbinding? (art. 6:265 lid 1 BW); art. 7:754 lid 1 BW; art. 7:760 lid 2 en 3 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2026:740Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Rechtspersonenrecht (splitsing). Verbintenissenrecht (borgstelling, dwaling, bancaire zorgplicht). Procesrecht (stelplicht en bewijslast, bewijsaanbod, gezag van gewijsde).

  • ECLI:NL:PHR:2026:558Parket bij de Hoge Raad, 5 juni 2026 (civiel recht)

    Schadestaatprocedure. Schending non-concurrentiebeding in zeesleepvaart. Schadebegroting. Ten onrechte leerstuk van de kansschade niet toegepast? Voorshandse oordelen en gelegenheid voor leveren…

  • ECLI:NL:PHR:2026:448Parket bij de Hoge Raad, 1 mei 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Rechtspersonenrecht. Art. 2:15 BW. Vernietigbaarheid van besluiten van KNVB-organen (licentie- en beroepscommissie) tot onvoorwaardelijke intrekking van proflicentie van Vitesse.…

  • ECLI:NL:PHR:2026:430Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2026 (civiel recht)

    Verzekeringsrecht. Mededelingsplicht (aspirant-)verzekeringnemer bij aangaan verzekering. Verzekeraar beëindigt verzekering wegens schending door verzekeringnemer van mededelingsplicht en vordert…

  • ECLI:NL:PHR:2026:211Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2026 (verbintenissenrecht)

    Aanneming van werk. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Geschil tussen bepaalde partijen in aannemingsketen (betreffende aanleg van nieuwe A-pier op luchthaven Schiphol) over afrekenen na beëindiging…

1.481 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.