Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 477a Rv

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Indien de derde-beslagene in gebreke blijft verklaring te doen, wordt hij op vordering van de executant veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd als ware hij daarvan zelf schuldenaar, onverminderd zijn verplichting tot vergoeding van de schade, zo daartoe gronden zijn. De derde-beslagene tegen wie deze vordering wordt ingesteld, wordt toegelaten alsnog een gerechtelijke verklaring te doen. De kosten die in dat geval nodeloos zijn veroorzaakt, worden voor zijn rekening gebracht.

  2. 2

    Indien de derde-beslagene wel een verklaring heeft afgelegd, is de executant bevoegd deze geheel of ten dele te betwisten dan wel aanvulling daarvan te eisen door de derde binnen twee maanden na zijn verklaring te dagvaarden tot het doen van gerechtelijke verklaring en tot betaling of afgifte van hetgeen volgens de vaststelling door de rechter aan de executant zal blijken toe te komen. Overschrijding van deze termijn doet deze bevoegdheid vervallen. De rechter kan op verlangen van de derde-beslagene, te uiten voor alle weren, bepalen dat de executant, op straffe van niet ontvankelijkheid, zekerheid moet stellen voor de proceskosten, waarin hij jegens de derde-beslagene kan worden veroordeeld.

  3. 3

    De advocaat van de executant, die een gerechtelijke verklaring ontvangt, zendt binnen drie dagen afschrift daarvan aan de geëxecuteerde.

  4. 4

    Indien de derde-beslagene, die overeenkomstig artikel 476b verklaring heeft gedaan, zijn in artikel 477 bedoelde verplichting tot betaling of afgifte niet nakomt, wordt hij op vordering van de executant veroordeeld tot nakoming van deze verplichting, alsmede tot de vervangende schadevergoeding, die hij in geval van niet-nakoming daarvan verschuldigd zal zijn.

  5. 5

    Tot kennisneming van de in dit artikel bedoelde vorderingen is de rechtbank bevoegd. Indien de executant bij zijn dagvaarding het beslag slechts vervolgt op vorderingen, waarvan de berechting ongeacht hun beloop of naar hun gezamenlijk beloop tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoort, is slechts de kantonrechter bevoegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1164Hoge Raad, 3 juli 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verklaringsprocedure derdenbeslag. Art. 477a Rv. Ingangsdatum wettelijke rente.

  • ECLI:NL:PHR:2026:81Parket bij de Hoge Raad, 16 januari 2026 (civiel recht)

    Beslag- en executierecht. Executoriaal derdenbeslag. Betwistingsprocedure. Gevolgen van faillissement van beslagdebiteur voor lopende betwistingsprocedure. Pauliana (art. 3:45 BW). Wetenschap van…

  • ECLI:NL:PHR:2025:205Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Beslagrecht. Betwistingsprocedure (art. 477a Rv). Strijd met devolutieve werking van hoger beroep of verslechteringsverbod?

  • ECLI:NL:PHR:2024:668Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2024 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht, vereisten faillietverklaring ex art. 6 lid 3 Fw (vorderingsrecht schuldeiser, pluraliteitsvereiste, toestand dat de schuldenaar heeft opgehouden te betalen).

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13797Rechtbank Rotterdam, 9 oktober 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Artikel 477a lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Eiser heeft geen zekerheid gesteld voor de proceskosten en wordt niet ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29468Rechtbank Den Haag, 30 september 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Eiser vordert betaling van gedaagden omdat hij onder hen derdenbeslag heeft gelegd en zij geen geldige derdenverklaringen hebben afgelegd. De rechtbank oordeelt echter dat gedaagden inmiddels…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5230Rechtbank Overijssel, 18 augustus 2026 (civiel recht)

    tussenvonnis ivm voornemen verwijzing

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8457Rechtbank Amsterdam, 28 juli 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Kort geding. Vordering uitbetaling bedrag door notaris aan een schuldeiser van een derde wiens gelden de notaris onder zich houdt. Op die gelden rusten meerdere (derden)beslagen. Vordering afgewezen.

443 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.