Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 810a Rv

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    In zaken betreffende minderjarigen, uitgezonderd zaken als bedoeld in het tweede lid alsmede die welke het levensonderhoud van een minderjarige betreffen, beslist de rechter pas nadat een ouder, indien deze daarom verzoekt, in de gelegenheid is gesteld een rapport van een niet door de rechter benoemde deskundige over te leggen, mits dat mede tot de beslissing van de zaak kan leiden en het belang van het kind zich daartegen niet verzet.

  2. 2

    In zaken betreffende de ondertoezichtstelling van minderjarigen of de beëindiging van het ouderlijk gezag of van de voogdij, benoemt de rechter op verzoek van een ouder en na overleg met die ouder een deskundige, mits dat mede tot de beslissing van de zaak kan leiden en het belang van het kind zich daartegen niet verzet.

  3. 3

    In de in het tweede lid genoemde zaken wordt het aan de in dat lid bedoelde deskundige toekomende bedrag overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels door de rechter vastgesteld en ten laste van ’s Rijks kas door de griffier aan de deskundige betaald. Van de ouder kan een bijdrage worden gevraagd overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1034Parket bij de Hoge Raad, 17 november 2023 (personen- en familierecht)

    Valt een beslissing ex art. 1:265d BW onder het rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv? Gezagsbeëindiging ex art. 1:266 BW en het maken van een ‘echte’ belangenafweging op grond van art. 8 lid 2 EVRM

  • ECLI:NL:PHR:2023:801Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2023 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag; deskundigenonderzoek (art. 810a lid 2 Rv); art. 8 EVRM.

  • ECLI:NL:PHR:2023:748Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2023 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Bevel tot terugverhuizen op voet art. 1:253a BW; strijd met art. 2 Vierde Protocol EVRM? Vervolg op HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1513.

  • ECLI:NL:PHR:2023:639Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2023 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Gezagsbeëindiging ogv art. 1:266 BW; art. 8 EVRM en art. 3 jo. 5 en 20 IVRK; aanvaardbare termijn; verzoek ex art. 810a lid 2 Rv.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:3028Gerechtshof Amsterdam, 20 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    ‘Bekrachtiging uithuisplaatsingen en zorgregeling, NIFP-rapportage’.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5989Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 september 2026 (personen- en familierecht)

    Familierecht. Hoofdverblijf en recht op omgang. Het hof volgt de rechtbank niet in haar beslissing strekkende tot ontzegging van het recht van de moeder op omgang voor de duur van een jaar. Er dient…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5839Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 september 2026 (personen- en familierecht)

    Gezagsbeëindiging van de moeder op verzoek van de pleegouders.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5846Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 september 2026 (personen- en familierecht)

    Art. 1:265b lid 1 BW en 1:265c lid 2 BW en 810a lid 2 Rv Het hof heeft de beschikking van de kinderrechter, waarbij de machtiging tot uithuisplaatsing is verlengd, bekrachtigd en het verzoek van de…

894 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.