Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 710 Rv

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Indien over één of meer goederen geschil bestaat aan wie van twee of meer partijen zij toekomen, kunnen zij op vordering van elk der partijen in kort geding onder bewind worden gesteld door de voorzieningenrechter van de rechtbank in welker rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden of waarvoor de hoofdzaak aanhangig is of die naar de gewone regels bevoegd zou zijn van de hoofdzaak kennis te nemen.

  2. 2

    Tenzij reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, vindt onderbewindstelling slechts plaats onder voorwaarde dat deze eis binnen een door de voorzieningenrechter daartoe te bepalen termijn ingesteld wordt. De voorzieningenrechter kan de termijn verlengen, indien dit voor het verstrijken van de termijn door een der partijen of de bewindvoerder wordt verzocht. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten. Overschrijding van de termijn doet het bewind eindigen.

  3. 3

    Door partijen op een of meer van de goederen gelegde beslagen beperken de bewindvoerder niet in de hem als zodanig toekomende bevoegdheden.

  4. 4

    De bewindvoerder doet de onder het bewind staande goederen toekomen aan degene die daarop krachtens een in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak recht heeft, tenzij de voorzieningenrechter anders heeft bepaald.

  5. 5

    De voorzieningenrechter kan voor het bewind zodanige voorschriften geven als hij dienstig acht. Op het bewind zijn, voor zover deze voorschriften niet anders bepalen de artikelen 433 lid 1, 435, 436 leden 1-3, 437, 438 lid 1, 439, 441 lid 1, eerste zin, en 442-448 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Het kan door een gezamenlijk besluit van partijen of op verzoek van een hunner door de voorzieningenrechter worden opgeheven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:532Parket bij de Hoge Raad, 26 mei 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Beslagrecht. Gedeeltelijke opheffing maritaal beslag wegens onnodig zijn. Tweeconclusieregel en uitleg grieven. (Proces)belang.

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:12736Rechtbank Den Haag, 28 november 2022 (verbintenissenrecht)

    Executiegeschil. Vordering van FKP tot schorsing executie van merken- en auteursrechten m.b.t. Russische wodka in afwachting van cassatieberoep in eerder executiegeschil. De voorzieningenrechter…

  • ECLI:NL:RBAMS:2019:2606Rechtbank Amsterdam, 10 april 2019 (civiel recht)

    Kort geding. Vordering aanstellen bewindvoerder over aandelen afgewezen. Artikel 710 Rv. niet aan de orde. Belangenafweging leidt ook tot afwijzing.

  • ECLI:NL:RBDHA:2015:9150Rechtbank Den Haag, 3 augustus 2015 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Kort geding; merkenrecht, VENTOUX3; herziening 1019e lid 3 Rv van gegeven verbod, aangezien vooralsnog onvoldoende aannemelijk is dat verzoekster verbod eerste voorgebruiker was; gevorderde…

  • ECLI:NL:RBNNE:2015:1382Rechtbank Noord-Nederland, 25 maart 2015 (civiel recht)

    - Bewijsbeslag - Vordering tot opheffing bewijsbeslag in incident - Vordering tot uitsluiting onrechtmatig verkregen bewijs in incident

  • ECLI:NL:RBOVE:2014:1933Rechtbank Overijssel, 10 april 2014 (civiel recht)

    A. vordert in conventie afgifte en levering van de matrijzen zonder betaling, dan wel benoeming van een bewindvoerder die de matrijzen aan haar ter beschikking stelt. Zij stelt de verplichtingen die…

  • ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2344Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 februari 2013 (civiel recht)

    Hoewel achteraf kan worden vastgesteld dat beslaglegger ten tijde van het leggen van een conservatoir beslag toch een vordering had op de beslagene, heeft de beslaglegger door het beslag te leggen…

  • ECLI:NL:RBROT:2012:BX2445Rechtbank Rotterdam, 18 juli 2012 (civiel recht)

    Partijen twisten ondermeer over de vraag wie de rechthebbende is op de beeld- en woordmerken van Nope is Dope. Binnen dit kort geding niet - met de vereiste mate van zekerheid - vast te stellen.

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.