Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 1018i Rv

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Betreft de collectieve vordering een vordering tot schadevergoeding in geld, dan kan de rechter alvorens een collectieve schadeafwikkeling vast te stellen, de overlegging door de exclusieve belangenbehartiger en de gedaagde bevelen van een voorstel voor een collectieve schadeafwikkeling. Dit voorstel bevat in ieder geval het in artikel 907, tweede lid, onderdelen a tot en met f, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde voor: a.de personen behorend tot de nauw omschreven groep personen wier belangen in deze collectieve vordering worden behartigd die zich niet overeenkomstig artikel 1018f van de behartiging van hun belangen in de procedure en de uitspraak hebben bevrijd, en b.de personen behorend tot de nauw omschreven groep personen wier belangen in deze collectieve vordering worden behartigd en die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben en die overeenkomstig artikel 1018f met de behartiging van hun belangen in deze collectieve vordering hebben ingestemd. De rechter bepaalt de termijn waarbinnen partijen een voorstel dienen over te leggen. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

  2. 2

    De rechter stelt, mede aan de hand van de in het eerste lid bedoelde voorstellen, een collectieve schadeafwikkeling vast die strekt tot vergoeding door gedaagde van de schade van de in het eerste lid, onder a en b, bedoelde personen. De rechter draagt er zorg voor dat hij voor de toepassing van de tiende afdeling van de eerste titel van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek de schadevergoeding voor deze personen waar mogelijk in categorieën vaststelt, dat de collectieve schadeafwikkeling in ieder geval het in artikel 907, tweede lid, onderdelen a tot en met f, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde, bevat, dat de hoogte van de daarbij toegekende vergoedingen redelijk is en dat de belangen van de personen voor wie de collectieve schadeafwikkeling wordt vastgesteld ook anderszins voldoende gewaarborgd zijn. Artikel 907, eerste lid, laatste zin, en zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Alvorens een in het tweede lid bedoelde collectieve schadeafwikkeling vast te stellen, kan de rechter bevelen dat één of meer deskundigen zullen berichten over de voor de inhoud van de collectieve schadeafwikkeling van belang zijnde punten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:224Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2026 (internationaal privaatrecht)

    Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter en rechtbank Amsterdam o.g.v. art. 8 aanhef en onder 1 dan wel art. 7 aanhef en onder 2…

  • ECLI:NL:PHR:2026:129Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2026 (civiel recht)

    Collectieve actie The Privacy Collectie tegen Oracle en Salesforce. WAMCA. Ontvankelijkheidsvereisten belangenorganisatie. Moment voor toetsing van de ontvankelijkheid, representativiteitsvereiste…

  • ECLI:NL:PHR:2025:286Parket bij de Hoge Raad, 7 maart 2025 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht. Aansprakelijkheid NedTrain voor blootstelling aan chroom-6? Eisen aan de stelplicht. Onderbouwing vorderingen met algemene stellingen in plaats van stellingen per individu.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8197Rechtbank Amsterdam, 12 augustus 2026 (internationaal privaatrecht)

    Bevoegdheidsincident in WAMCA-procedure over gestelde inbreuk op het mededingingsrecht. De rechtbank oordeelt dat zij ten aanzien van de buitenlandse gedaagden rechtsmacht heeft op grond van de in…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8198Rechtbank Amsterdam, 12 augustus 2026 (internationaal privaatrecht)

    Bevoegdheidsincidenten in WAMCA-procedure over gestelde inbreuk op mededingingsrecht. De rechtbank oordeelt dat zij ten aanzien van een Belgische gedaagde rechtsmacht heeft op grond van artikel 7…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7864Rechtbank Amsterdam, 15 juli 2026 (civiel recht)

    wamca - collectieve actie van Stichting Forward Gold Sale tegen ING en bunq - ontvankelijkheid - vereisten van representativiteit en gelijksoortigheid

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6440Rechtbank Amsterdam, 27 mei 2026 (civiel recht)

    WAMCA, grondrechten gebruikers sociale media platform, ontvankelijkheid

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:2543Rechtbank Amsterdam, 11 maart 2026 (burgerlijk procesrecht)

    WAMCA-zaak. Incident internationale bevoegdheid (rechtsmacht). AVG-vorderingen en niet-AVG-vorderingen.

33 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.