Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 1011c Rv

Geldt sinds 1 juli 2009

De kosten die voortvloeien uit de uitvoering van een rechterlijke beslissing tot teruggave van een roerende zaak ingevolge artikel 1011a, komen ten laste van de staat die de rechtsvordering heeft ingesteld. Indien de vordering is ingesteld door de rechthebbende op het cultuurgoed komen die kosten ten laste van die rechthebbende. Hetzelfde geldt voor de kosten, gemaakt voor het materiële behoud van het cultuurgoed en voor de kosten van eventuele voorlopige maatregelen, als bedoeld in artikel 1010.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:3201Gerechtshof Amsterdam, 26 oktober 2021 (civiel recht)

    Uitspraak Krimschatten. Zie: ECLI:NL:GHAMS:2019:2427.

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:8264Rechtbank Amsterdam, 14 december 2016 (civiel recht)

    De rechtbank heeft bepaald dat het Allard Pierson Museum de in 2014 aldaar tentoongestelde stukken (de Krimschatten) moet afgeven aan de staat Oekraïne. De Krimschatten behoren voor de toepassing van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.