Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 254 Rv

Kort geding redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    In alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, is de voorzieningenrechter bevoegd deze te geven.

  2. 2

    Op aanvraag van de belanghebbende partij kan de voorzieningenrechter de dagvaarding bevelen tegen de dag en het uur, de zondag daarbij inbegrepen, voor elk geval te bepalen. Hij kan daarbij tevens bevelen dat de terechtzitting op een andere plaats dan in het gerechtsgebouw wordt gehouden. De voorzieningenrechter kan aan de dagbepaling voorwaarden verbinden, die door de eiser in acht moeten worden genomen. Deze voorwaarden moeten uit de dagvaarding blijken.

  3. 3

    De zaak kan ook worden aangebracht op een terechtzitting, door de voorzieningenrechter te houden op de daartoe door hem te bepalen werkdagen.

  4. 4

    De artikelen 127a en 128, tweede lid en zesde lid, zijn niet van toepassing.

  5. 5

    In zaken die ten gronde door de kantonrechter worden behandeld en beslist is ook de kantonrechter bevoegd tot het geven van een voorziening als in deze afdeling bedoeld. Daarbij is op de kantonrechter van toepassing hetgeen omtrent de voorzieningenrechter is bepaald.

  6. 6

    Indien de gevorderde voorziening betrekking heeft op een zaak betreffende het personen- en familierecht als bedoeld in de zesde titel van het derde boek is artikel 803 van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:906Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verzet in kort geding. Betekening in persoon ex art. 55 Rv. Volstaat mededeling volgens Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954? Wijze van instellen van het verzet: moet worden gedagvaard…

  • ECLI:NL:HR:2026:1240Hoge Raad, 10 juli 2026 (civiel recht)

    Huurrecht woonruimte. Art. 7:268 lid 2 BW. Voortzetting van huurovereenkomst door achterblijvende samenwoner na overlijden van huurder. Kan ontruimingsvordering in kort geding worden toegewezen als…

  • ECLI:NL:PHR:2026:584Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:585Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ex parte getroffen onmiddellijke voorzieningen (art. 2:349a BW). Schending van recht op eerlijk proces (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM)? Staat als…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:10820Rechtbank Limburg, 14 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    kort geding - huurrecht - ontruiming en huurachterstand toegewezen, servicekosten afgewezen (nog geen eindafrekening). Eisende partij te Hong Kong: Nederlandse rechter bevoegd en Nederlands recht van…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14286Rechtbank Noord-Holland, 9 oktober 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Weigering vervangende toestemming voor vakantie met minderjarige zoon vanwege strijd met geldende zorg- en vakantieregelingen

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12942Rechtbank Rotterdam, 30 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Executiegeschil. Eiser eist schorsing van de tenuitvoerlegging van een eerdere vonnis totdat zijn hoger beroep dient, omdat hij met een bijstandsuitkering onder het bestaansminimum zou…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2861Gerechtshof Den Haag, 29 september 2026 (civiel recht)

    Verzoek op grond van de AVG om inzage in persoonsgegevens met betrekking tot de deelname aan online kansspelen.

1.965 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.