Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 1019ib Rv

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Het is aan partijen, hun advocaten of andere vertegenwoordigers, getuigen, deskundigen en andere personen die deelnemen aan gerechtelijke procedures betreffende het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim, of die toegang hebben tot de documenten die deel uitmaken van deze gerechtelijke procedures, verboden bedrijfsgeheimen of vermeende bedrijfsgeheimen te gebruiken of openbaar te maken die de rechter op verzoek van een partij als vertrouwelijk heeft aangemerkt en die hun ter kennis zijn gekomen als gevolg van een dergelijke deelname of toegang.

  2. 2

    Het in het eerste lid bedoelde verbod blijft van kracht na beëindiging van de gerechtelijke procedures. De verplichting houdt op te bestaan indien: a.bij in kracht van gewijsde gegaan vonnis tussen partijen is vastgesteld dat het vermeende bedrijfsgeheim niet voldoet aan de in artikel 1 van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen bepaalde voorwaarden, of b.na verloop van tijd de desbetreffende informatie algemeen bekend wordt bij of gemakkelijk toegankelijk wordt voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende informatie. De rechter kan het verbod op verzoek van een der partijen geheel of gedeeltelijk opheffen.

  3. 3

    De rechter kan op verzoek, indien dat nodig is om de vertrouwelijkheid te bewaren van een bedrijfsgeheim of een vermeend bedrijfsgeheim dat tijdens de procedure wordt gebruikt of genoemd, ten minste de volgende maatregelen nemen: a.de toegang tot door partijen of derden ingediende documenten die het bedrijfsgeheim of het vermeende bedrijfsgeheim bevatten geheel of gedeeltelijk beperken tot een gelimiteerd aantal personen; b.de toegang tot zittingen waar het bedrijfsgeheim of het vermeende bedrijfsgeheim openbaar kan worden gemaakt, en de toegang tot het proces-verbaal van deze zittingen of de beeld- of geluidsopname en de schriftelijke weergave als bedoeld in artikel 90, zevende lid, geheel of gedeeltelijk beperken tot een gelimiteerd aantal personen; c.een niet-vertrouwelijke versie van de rechterlijke uitspraken ter beschikking stellen aan anderen dan degenen die tot het gelimiteerd aantal personen bedoeld onder a en b behoren, waarin de delen die het bedrijfsgeheim bevatten, zijn geschrapt of bewerkt.

  4. 4

    De rechter neemt, bij de beslissing over de in het derde lid genoemde maatregelen en de beoordeling van de evenredigheid daarvan, de rechtmatige belangen van partijen en derden en de mogelijke schade voor een van partijen en derden als gevolg van het bevelen of afwijzen van de maatregelen in acht.

  5. 5

    Het aantal personen, bedoeld in het derde lid, onder a en b, is niet groter dan nodig om te voldoen aan het recht van partijen op een doeltreffende voorziening en op een eerlijk proces en omvat ten minste één natuurlijk persoon van elke partij alsmede de advocaten of andere vertegenwoordigers van partijen bij de procedure.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2021:641Hoge Raad, 23 april 2021 (civiel recht)

    Merkenrecht. Uitputting van merkrechten; art. 13 lid 1 GMVo en art. 2.23 lid 3 BVIE; HvJEU 30 november 2004, ECLI:EU:C:2004:759 (Peak Holding). In de handel brengen. Verkoop in de EER door…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1011Parket bij de Hoge Raad, 30 oktober 2020 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Merkenrecht. Uitputting van merkrechten; art. 13 lid 1 GMVo en art. 2.23 lid 3 BVIE; HvJEU 30 november 2004, ECLI:EU:C:2004:759 (Peak Holding). In de handel brengen. Verkoop in de EER door…

  • ECLI:NL:PHR:2018:187Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 2018 (civiel recht)

    Procesrecht. Exhibitievordering (art. 843a Rv). Bedrijfsgeheimen. Bewijsbeslag. Maatstaf voor aannemen van rechtsbetrekking in de zin van art. 843a Rv bij gesteld onrechtmatig verkrijgen en gebruiken…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2736Gerechtshof Den Haag, 1 september 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Arrest in incident. Vordering tot toepassing van een vertrouwelijkheidsregime (art. 27, 28 en 29 Rv). Hof wijst grotendeels toe. Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Confidentiality club.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2738Gerechtshof Den Haag, 1 september 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Arrest in incident. Vordering tot toepassing van een vertrouwelijkheidsregime (art. 27, 28 en 29 Rv). Hof wijst grotendeels toe. Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Confidentiality club.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:7760Rechtbank Amsterdam, 3 juni 2026 (civiel recht)

    WAMCA-zaak. Rolbeslissing over vertrouwelijkheidsregime voor stukken Google c.s.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:13103Rechtbank Rotterdam, 5 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Vaststellingsovereenkomst gesloten in de Verenigde Staten. Uitleg overeenkomst naar het recht van North Carolina. Verleende finale kwijting staat aan toewijzing van een groot deel van de vorderingen…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:8965Rechtbank Rotterdam, 23 juli 2025 (civiel recht)

    Conservatoir en executoriaal beslag op pand in Rotterdam dat eigendom is van een Iraans staatsbedrijf. Openbare veiling. Veilingkoper verwerft het pand. Het Iraanse staatsbedrijf, N, vordert van de…

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.