Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 210 Rv

Oproeping van een derde in vrijwaring redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Indien de gedaagde meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen en hij die oproeping niet heeft gedaan vóór de dag waarop de hoofdzaak moet dienen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie vóór alle weren op de voor het nemen van de conclusie van antwoord bepaalde roldatum.

  2. 2

    Indien de eiser meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie uiterlijk op de roldatum, op zijn verzoek bepaald bij de verschijning van partijen ter terechtzitting op de voet van artikel 131. Vindt geen verschijning van partijen op de voet van artikel 131 plaats, dan neemt de eiser zijn conclusie uiterlijk op de voor het nemen van de conclusie van repliek bepaalde datum.

  3. 3

    Indien de vordering wordt toegewezen, bepaalt de rechter de dag waarop zowel de hoofdzaak als de zaak in vrijwaring weer op de rol zullen komen. Betreft de zaak in vrijwaring een vordering die ongeacht het beloop of de waarde door de kantonrechter moet worden behandeld, dan verwijst de rechter beide zaken daarbij zo nodig, met overeenkomstige toepassing van artikel 71, naar de kantonrechter.

  4. 4

    Het vonnis waarbij de dagvaarding in vrijwaring is toegestaan, behoeft aan de waarborg niet betekend te worden. De dagvaarding moet de in het vonnis vermelde beslissing behelzen; bij die dagvaarding moet de dagvaarding in de hoofdzaak in afschrift worden betekend.

  5. 5

    Indien de vordering wordt afgewezen, bepaalt de rechter bij die beslissing de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen of beveelt hij een verschijning van partijen ter terechtzitting.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:755Parket bij de Hoge Raad, 4 juli 2025 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Commissarisaansprakelijkheid. O.a. klachten over onderscheid onbehoorlijk toezicht, ernstig verwijt, disculpatie.

  • ECLI:NL:PHR:2024:633Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2024 (civiel recht)

    Zorgplicht accountant jegens derden. Beroepsaansprakelijkheid vanwege onvoldoende controle op jaarrekeningen. Onderscheid wettelijke en niet-wettelijke taak. Afwijking van oordeel tuchtrechter.…

  • ECLI:NL:PHR:2023:379Parket bij de Hoge Raad, 31 maart 2023 (civiel recht)

    Vrijwaringszaak. Samenhang met 22/01886 (mogelijke aansprakelijkheid voor schade aan naastgelegen pand door plaatsing afzinkkelder; inbreuk op een recht?; maatschappelijk onzorgvuldig gehandeld?).…

  • ECLI:NL:HR:2015:115Hoge Raad, 23 januari 2015 (civiel recht)

    Vrijwaring. Geen belang bij klacht wegens verwerping cassatieberoep in hoofdzaak. Uitleg grondslag vordering. Samenhang met 14/00181 (hoofdzaak).

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14497Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Vrijwaringsincident. Vordering toegewezen want voldoende gesteld. De gevoerde verweren zien op de inhoudelijke beoordeling, die komen aan de orde in de vrijwaringsprocedure in de hoofdzaak.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13412Rechtbank Rotterdam, 30 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Vonnis in incident. Vrijwaring. Toewijzing. Artikel 210 lid 1 Rv. Uit de stellingen van eiseres in het incident is voldoende af te leiden dat voor de in vrijwaring op te roepen partij mogelijk een…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9678Rechtbank Limburg, 16 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Incident oproeping in vrijwaring. Toewijzing.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6623Rechtbank Midden-Nederland, 16 september 2026 (civiel recht)

    Vrijwaring (art. 210 Rv); Referte.

331 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.