Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 438 Rv

Executiegeschillen en verzet door derden redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 oktober 2020

  1. 1

    Geschillen die in verband met een executie rijzen, worden gebracht voor de rechtbank die naar de gewone regels bevoegd zou zijn, of in welker rechtsgebied de inbeslagneming plaatsvindt, zich een of meer van de betrokken zaken bevinden of de executie zal geschieden. In afwijking van de vorige zin worden geschillen die rijzen in verband met de executie van een door de kantonrechter afgegeven executoriale titel voor de kantonrechter gebracht die de executoriale titel heeft afgegeven.

  2. 2

    Tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad kan het geschil ook worden gebracht in kort geding voor de voorzieningenrechter van de volgens het eerste lid bevoegde rechtbank. In zaken die ten gronde door de kantonrechter worden behandeld en beslist, is ook de kantonrechter bevoegd tot het geven van deze voorziening. Daarbij is op de kantonrechter van toepassing hetgeen over de voorzieningenrechter is bepaald.

  3. 3

    Onverminderd zijn overige bevoegdheden kan de voorzieningenrechter desgevorderd de tenuitvoerlegging schorsen voor een bepaalde tijd of totdat op het geschil zal zijn beslist, dan wel bepalen dat de tenuitvoerlegging slechts tegen zekerheidstelling mag plaatsvinden of worden voortgezet. Hij kan beslagen, al of niet tegen zekerheidsstelling, opheffen. Hij kan gedurende de tenuitvoerlegging herstel bevelen van verzuimde formaliteiten met bepaling van welke op het verzuim gevolgde formaliteiten opnieuw moeten worden verricht en te wiens laste de kosten daarvan zullen komen. Hij kan bepalen dat een in het geding geroepen derde de voortzetting van de tenuitvoerlegging moet gedogen dan wel zijn medewerking daaraan moet verlenen, al of niet tegen zekerheidsstelling door de executant.

  4. 4

    Voor zover de zaak zich niet leent voor behandeling in kort geding, kan de voorzieningenrechter in plaats van de vordering af te wijzen de zaak op verlangen van de eiser verwijzen naar de rechtbank met bepaling van de dag waarop zij op de rol moet komen. Tegen een gedaagde die op voormeld tijdstip niet verschijnt en ook voor de voorzieningenrechter niet bij advocaat is verschenen, wordt slechts verstek verleend, zo hij tegen dit tijdstip bij exploit is opgeroepen met inachtneming van de voor dagvaarding voorgeschreven termijn, dan wel van de termijn die op verlangen van de eiser door de voorzieningenrechter bepaald is.

  5. 5

    De deurwaarder die met de executie is belast en daarbij op een bezwaar stuit dat een onverwijlde voorziening nodig maakt, kan zich met een daarvan door hem opgemaakt proces-verbaal bij de voorzieningenrechter vervoegen ten einde deze in kort geding tussen de betrokken partijen te doen beslissen. De voorzieningenrechter zal de behandeling aanhouden tot de partijen zijn opgeroepen, tenzij hij, gelet op de aard van het bezwaar, een onmiddellijke beslissing geboden acht. De deurwaarder die zijn voormelde bevoegdheid zonder instemming van de executant uitoefent, kan persoonlijk in de kosten worden veroordeeld, indien deze uitoefening nodeloos was.

  6. 6

    Verzet tegen de executie door een derde geschiedt door dagvaarding van zowel de executant als de geëxecuteerde.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:784Hoge Raad, 22 mei 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Overheidsprivaatrecht (art. 6:162 BW). Burgerlijk procesrecht; behandeling als executiegeschil (art. 438 Rv). Handelt Staat onrechtmatig door het leggen van strafvorderlijk conservatoir 'anderbeslag'…

  • ECLI:NL:PHR:2026:280Parket bij de Hoge Raad, 13 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullende conclusie na ECLI:NL:PHR:2025:428. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. uitblijven aantekening in…

  • ECLI:NL:PHR:2026:117Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Procesrecht. Verhaal ontnemingsmaatregel op derde ex art. 94a en art. 6:4:4 Sv. Overgangsrecht bij art. 94a leden 4 en 5 Sv. Toepassing op feiten uit verleden…

  • ECLI:NL:HR:2025:1657Hoge Raad, 7 november 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Caribische zaak. Procesrecht. Beslag- en executierecht. Overheidsprivaatrecht. Belastingen. Vragen over rechtspositie van bestuurder van Curaçaose vennootschap die…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6292Rechtbank Overijssel, 19 oktober 2026 (civiel recht)

    Partijen zijn gehuwd geweest en hebben samen drie kinderen. De man moet op grond van beslissingen van de rechtbank aan de vrouw kinderalimentatie betalen. Volgens de vrouw heeft de man een…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13806Rechtbank Rotterdam, 8 oktober 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Kort geding. Executiegeschil. Verwijzing naar handel en haven. Eis van onbepaalde waarde. Geen sprake van huurgeschil.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7156Rechtbank Midden-Nederland, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Executiekortgeding; Eiser is door de bodemrechter veroordeeld om zijn schutting te verplaatsen; afwijzing van gevorderde schorsing van (de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van) die veroordeling…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2906Gerechtshof Amsterdam, 29 september 2026 (civiel recht)

    Incidenteel verzoek tot schorsing van executie art 360 lid 2 Rv: afgewezen (misbruik van procesrecht)

1.406 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.