Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 140 Rv

Verstek tegen een van meerdere gedaagden redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Zijn er meer gedaagden en is ten minste een van hen in het geding verschenen, dan wordt, indien ten aanzien van de overige gedaagden de voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen, tegen dezen verstek verleend en tussen de eiser en de verschenen gedaagden voortgeprocedeerd.

  2. 2

    Onder verschenen gedaagde als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de gedaagde die in het geding is verschenen en tijdig het griffierecht heeft voldaan.

  3. 3

    Tussen alle partijen wordt één vonnis gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.

  4. 4

    Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing in geval van oproeping van derden als partij in het geding als bedoeld in artikel 118.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:737Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Procesrecht. Arbitrage. Heropening vereffening na turboliquidatie. Nagekomen bate. Procesvolmacht om ontbonden CV in rechte te vertegenwoordigen. Bevoegdheid overheidsrechter.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:99Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verzettermijn van art. 143 lid 3 in verbinding met art. 144 aanhef en onder b. Rv; toepassing verzettermijn en art. 6 EVRM; nadere termijn; lengte nadere termijn

  • ECLI:NL:PHR:2021:1163Parket bij de Hoge Raad, 10 december 2021 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Toewijzing door appelrechter van vordering tegen geïntimeerde die in eerste aanleg wel, maar in hoger beroep niet is verschenen, terwijl hij dezelfde vordering tegen de andere…

  • ECLI:NL:PHR:2021:149Parket bij de Hoge Raad, 19 februari 2021 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht, procesrecht. Uitkoopprocedure (art. 2:92a BW). Verstekarrest tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders; verzettermijn voor in het buitenland wonende aandeelhouders. Processueel…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14437Rechtbank Rotterdam, 16 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Bedrijfshuur horeca. Dreigende ontruiming. Executiegeschil ingesteld door de onderhuurder met betrekking tot de tenuitvoerlegging van een tussen de verhuurder en huurder gewezen verstekvonnis.…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:3006Gerechtshof Den Haag, 13 oktober 2026 (ondernemingsrecht)

    Gefailleerde onderneming. Bestuursaansprakelijkheid op grond van art. 2:248 lid 1 BW. Ruzie tussen bestuurders. Geen disculpatie op grond van art. 2:248 lid 3 BW. Ontvankelijkheid in hoger beroep…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7206Rechtbank Midden-Nederland, 7 oktober 2026 (civiel recht)

    Deels verstek, deels tegenspraak. Vorderingen wat betreft meerwerk voor gietvloer toegewezen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9755Rechtbank Amsterdam, 30 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Tussenvonnis – vordering tot verdeling ex artikel 3:180 BW – verhaal op aandeel in onverdeelde eigendom van woning – opeisbare vordering – rechtbank begrijpt stellingen gedaagde als een beroep op…

869 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.