Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 680 Rv

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Indien een vordering tot verdeling, tot gelasten van de wijze van verdeling of tot vaststelling van een verdeling niet de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap betreft, kan ieder van de gedaagden overeenkomstig de hem in de artikelen 179 en 185 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek toegekende bevoegdheden eisen dat de verdeling van de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap wordt bevolen of door de rechter zelf wordt vastgesteld.

  2. 2

    Indien de vordering strekt tot het verkrijgen van een bevel tot verdeling of tot de wijze van verdeling van de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap, kan ieder van de gedaagden vaststelling van de verdeling door de rechter zelf vorderen.

  3. 3

    De in de vorige leden bedoelde eis moet worden gedaan voor alle weren die niet de bevoegdheid van de rechter of zekerheidstelling overeenkomstig artikel 224 betreffen.

  4. 4

    Zijn een of meer partijen niet verschenen, dan doet degene die de eis heeft gedaan haar aan hem betekenen met inachtneming van de voor dagvaarding voorgeschreven termijnen en met oproeping tegen de dag waarop hij de zaak wederom ter rolle wil doen dienen. Deze dag zal niet later mogen worden gesteld dan drie maanden na de dag waartegen de op te roepen partij voor wie de langste termijn van dagvaarding geldt, op zijn vroegst gedagvaard zou mogen worden. De rechter kan, uiterlijk op de dag waartegen is opgeroepen, oproeping tegen een latere dag toestaan.

  5. 5

    Zijn niet allen die aan de verdeling dienen mee te werken in het geding betrokken, dan kan ieder van de gedaagden hen met overeenkomstige toepassing van het vorige lid alsnog in het geding roepen, met betekening tevens van een afschrift van de aan hem zelf uitgebrachte dagvaarding.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2007:AZ1492Parket bij de Hoge Raad, 12 januari 2007 (personen- en familierecht)

    Familierecht. Scheiding en deling van huwelijksgoederengemeenschap. Vraag of het door de man uitgeoefende recht van koop van het mede door hem gehuurd bedrijfspand tot het te verdelen vermogen van…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:8082Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 december 2025 (civiel recht)

    Twee broers hebben een vennootschap onder firma waarin een agrarisch bedrijf wordt gevoerd. Vanwege de gespannen verhoudingen wordt in 2015 besloten de samenwerking te beëindigen. In dat jaar wordt…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:5587Rechtbank Oost-Brabant, 27 augustus 2025 (civiel recht)

    verdeling meerdere gemeenschappen

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:3054Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 oktober 2024 (civiel recht)

    is sprake geweest van financieel beheer door zoon erflaatster? Geld onttrokken? Rekening en verantwoording.

  • ECLI:NL:RBGEL:2023:479Rechtbank Gelderland, 1 februari 2023 (civiel recht)

    erfrecht

  • ECLI:NL:GHARL:2022:4212Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 mei 2022 (civiel recht)

    136 Rv; 680 lid 4 Rv; 6:136 BW.

  • ECLI:NL:RBOBR:2021:5705Rechtbank Oost-Brabant, 3 november 2021 (civiel recht)

    Incidentele vordering. Bevoegdheid. Vaststelling overbedelingsvordering. Ouderlijke boedelverdeling. Oud recht.

  • ECLI:NL:OGEAC:2021:257Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 10 mei 2021 (civiel recht)

    nalatenschap, testament, legaten, onverdeelde huwelijksgoederengemeenschap, waardering boedelbestanddelen, tussenvonnis

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.