Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 361 Rv

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De rechter bepaalt dag en uur waarop de behandeling aanvangt. Hij beveelt tevens oproeping van de appellant, van de verzoeker in eerste aanleg en van de in eerste aanleg in de procedure verschenen belanghebbenden. Bovendien kan hij te allen tijde belanghebbenden, bekende of onbekende, doen oproepen.

  2. 2

    Indien aangaande dezelfde beschikking meer beroepschriften zijn ingediend, kan voeging worden bevolen.

  3. 3

    Iedere belanghebbende kan een verweerschrift indienen. Door belanghebbenden die in hoger beroep zijn opgeroepen, moet het verweerschrift worden ingediend binnen vier weken na de toezending aan hen van een afschrift van het beroepschrift, tenzij de rechter anders bepaalt.

  4. 4

    Indien een belanghebbende incidenteel hoger beroep heeft ingesteld, kunnen de appellant en de in hoger beroep opgeroepen belanghebbenden daartegen binnen vier weken na de toezending aan hen van een afschrift van het verweerschrift waarbij dit incidentele hoger beroep is ingesteld, een verweerschrift indienen, tenzij de rechter anders bepaalt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:683Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Vragen over mogelijkheid tot (verlenging van) ondertoezichtstelling door het hof nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd na afwijzende…

  • ECLI:NL:PHR:2026:611Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2026 (goederenrecht)

    Procesrecht. Goederenrecht. Parate executie bij hypotheek (art. 3:268 BW). Verlof voor onderhandse verkoop (art. 3:268 lid 2 BW). Doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW.…

  • ECLI:NL:PHR:2026:237Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Burgerlijk procesrecht. Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Schending van beginsel van hoor en wederhoor door na wijziging van het verzoek geen nadere gelegenheid te bieden aan de (beoogde)…

  • ECLI:NL:PHR:2026:49Parket bij de Hoge Raad, 9 januari 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Tiendagentermijn voor het indienen van stukken (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 362 en art. 279 lid 6 Rv). Tweeconclusieregel.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1287Parket bij de Hoge Raad, 14 november 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Stichtingenrecht. Procesrecht. Wijziging statutaire doel van stichting door rechter (art. 2:294 BW). Herroepingsprocedure (art. 390 Rv). Belanghebbendebegrip.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:33Gerechtshof Amsterdam, 7 januari 2025 (personen- en familierecht)

    Verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing en verlenging van de ondertoezichtstelling.

  • ECLI:NL:PHR:2024:918Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2024 (personen- en familierecht)

    Bewind en mentorschap. Schending van het beginsel van hoor en wederhoor door twee belanghebbenden niet in de procedure te betrekken? Criterium bij het afwijken van de wettelijke voorkeursregeling…

  • ECLI:NL:PHR:2024:434Parket bij de Hoge Raad, 17 april 2024 (personen- en familierecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Is de Gecertificeerde Instelling in een procedure tussen ouders over gezag en/of omgang belanghebbende?

87 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.