Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 810 Rv

Inschakeling van de raad voor de kinderbescherming redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    De rechter kan in zaken betreffende minderjarigen, uitgezonderd die welke zijn levensonderhoud betreffen, indien hij dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht, het advies van de raad voor de kinderbescherming inwinnen. Hij kan de raad daartoe in elke stand van de zaak oproepen.

  2. 2

    De raad voor de kinderbescherming kan in deze zaken eigener beweging zijn mening schriftelijk aan de rechter kenbaar maken of ter terechtzitting verschijnen, indien de raad dit met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige noodzakelijk acht.

  3. 3

    De raad voor de kinderbescherming ontvangt daartoe onverwijld een afschrift van het verzoekschrift, en wordt tijdig van het tijdstip van de terechtzitting op de hoogte gesteld.

  4. 4

    Indien de zaak evenwel de ondertoezichtstelling van een minderjarige betreft, de toepassing of overeenkomstige toepassing van de artikelen 264 en 265 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek daaronder niet begrepen, dan wel de beëindiging van het ouderlijk gezag of van de voogdij, beslist de rechter niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping daartoe van de raad voor de kinderbescherming.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:683Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Vragen over mogelijkheid tot (verlenging van) ondertoezichtstelling door het hof nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd na afwijzende…

  • ECLI:NL:PHR:2026:511Parket bij de Hoge Raad, 22 mei 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Binnenlandse adoptiezaak. Draagmoeder met spijt. Beoordeling van het vereiste voor adoptie dat het kind van zijn ouder (i.c. de draagmoeder) in de hoedanigheid van ouder…

  • ECLI:NL:HR:2025:1948Hoge Raad, 19 december 2025 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1046Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2025 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Hoofdverblijfplaats minderjarige. Verzoek vervangende toestemming internationale verhuizing.

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:11506Rechtbank Limburg, 15 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Verzoek eenhoofdig gezag en verzoek wijziging kinderalimentatie; verzoek uitsluiten wettelijke indexering 1:402a lid 5 BW. Verzoeken deels afgewezen. Geen wijziging van omstandigheden ex art. 1:401…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6471Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Artikel 1:251 lid 2 BW, artikel 1:253n in combinatie met artikel 1:251a lid 1 BW, artikel 1:377e BW, artikel 1:377a lid 3 BW Verdrag van Istanbul Gezag en omgang

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:249Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 2 oktober 2026 (civiel recht)

    Verzoek gezamenlijk gezag wordt afgewezen. Omgangregeling van een dagdeel per week vastgesteld met mogelijkheid tot uitbreiding.

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:250Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 2 oktober 2026 (civiel recht)

    Vaststelling van een omgangsregeling en een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding

6.184 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.