Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 16 Rv

Geldt sinds 15 oktober 2005

  1. 1

    Bij het gerechtshof worden zaken, behoudens in de wet genoemde uitzonderingen, behandeld en beslist door een meervoudige kamer, bestaande uit drie raadsheren.

  2. 2

    Tenzij de zaak in eerste aanleg door een meervoudige kamer is beslist, kan de meervoudige kamer naar een enkelvoudige kamer verwijzen de zaken die aanhangig zijn gemaakt ingevolge het bij of krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde en die naar haar oordeel daarvoor geschikt zijn.

  3. 3

    Indien de verwezen zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling en beslissing door één raadsheer, wijst zij deze terug naar de meervoudige kamer.

  4. 4

    Verwijzing of terugwijzing kan geschieden in elke stand van de procedure. De behandeling van een verwezen of teruggewezen zaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevindt.

  5. 5

    De meervoudige kamer kan bepalen dat de behandeling geheel of gedeeltelijk zal geschieden door een zoveel als mogelijk uit haar midden aangewezen rechter-commissaris. De raadsheer-commissaris oefent daarbij de bevoegdheden uit, aan het gerechtshof toegekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1364Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Onmiddellijkheidsbeginsel. Proces-verbaal. Mondelinge behandeling door een raadsheer-commissaris. Art. 16 Rv.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1365Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Onmiddellijkheidsbeginsel. Enkelvoudige behandeling, meervoudige beslissing. Art. 16 Rv.

  • ECLI:NL:HR:2025:162Hoge Raad, 31 januari 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verschoningsrechtincident. Beslissing gegeven door meervoudige kamer hof. Onmiddellijkheidsbeginsel. Art. 165 Rv. Functioneel verschoningsrecht bedrijfsarts. Uitzondering van art. 14…

  • ECLI:NL:PHR:2024:764Parket bij de Hoge Raad, 12 juli 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Ontvankelijkheid in cassatie; onmiddellijkheidsbeginsel?; functioneel verschoningsrecht bedrijfsarts; belangenafweging

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1353Gerechtshof Amsterdam, 20 mei 2026 (civiel recht)

    Wraking, Ondernemingskamer, gegrond. Bericht op LinkedIn van raadsheer in zaak waarin hij nog moet oordelen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1366Gerechtshof Amsterdam, 8 mei 2025 (ondernemingsrecht)

    OK: enquête; gelast getuigenverhoor

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:411Gerechtshof Amsterdam, 4 februari 2025 (personen- en familierecht)

    Art. 1:253a BW. Appel van ter zitting in eerste aanleg afgesproken zorgregeling. Geen relevante wijziging van omstandigheden. Beperking omgang moeder niet in belang van het kind.

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:3596Gerechtshof Amsterdam, 13 december 2023 (ondernemingsrecht)

    OK; Enquête; bepaling vergoeding onderzoeker

67 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.