Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 353 Rv

Toepassing van regels eerste aanleg in hoger beroep redactionele omschrijving

Geldt sinds 14 juli 2026

  1. 1

    Voor zover uit deze titel dan wel uit een andere wettelijke regeling niet anders voortvloeit, is de tweede titel in hoger beroep van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat partijen slechts bij advocaat kunnen procederen, dat artikel 131 niet van toepassing is en dat geen eis in reconventie kan worden ingesteld.

  2. 2

    De artikelen 224 en 224a zijn van toepassing in hoger beroep.

  3. 3

    Niettemin is de oorspronkelijke verweerder, eiser zijnde in hoger beroep, niet gehouden tot zekerheidstelling.

  4. 4

    De verweerder in hoger beroep is daartoe evenmin gehouden, zelfs niet bij het instellen van incidenteel hoger beroep.

  5. 5

    De in eerste aanleg gestelde zekerheid blijft ook verbonden voor de kosten van hoger beroep.

  6. 6

    De zekerheidstelling wordt gevorderd vóór alle weren van rechten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:883Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2026 (civiel recht)

    Terugbetaling van lidmaatschapsgeld programma investeren in vastgoed. Toetsing oneerlijke bedingen een verrassingsbeslissing? Opzegging. Klachtplicht. Oneerlijke handelspraktijk? Verzuim vereist?

  • ECLI:NL:PHR:2026:676Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Ontvankelijkheid tussentijds cassatieberoep na verkregen verlof daartoe. Is weigeren akte niet-dienen hier een rolbeslissing of een beslissing die dusdanig ingrijpt in de belangen van…

  • ECLI:NL:PHR:2026:683Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Vragen over mogelijkheid tot (verlenging van) ondertoezichtstelling door het hof nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd na afwijzende…

  • ECLI:NL:PHR:2026:649Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Caribische zaak. Procesrecht. Matiging contractuele boete; aan stelplicht te stellen eisen; bewijsaanbod. Vervolg op HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:846.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:3035Gerechtshof Den Haag, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Incident zekerheidstelling proceskosten. Immuniteit van jurisdictie.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2768Gerechtshof Amsterdam, 29 september 2026 (civiel recht)

    In deze zaak ligt voor of appellant moet worden aangemerkt als contractpartij (huurder van het pand) van geïntimeerde en als gevolg daarvan achterstallige huurpenningen en schadevergoeding moet…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6103Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 september 2026 (civiel recht)

    Voeging van zaken die inhoudelijke overeenkosten vertonen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2833Gerechtshof Den Haag, 22 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Geschil tussen ex-zwagers over of de ene zwager onrechtmatig heeft gehandeld omdat hij zijn oom op eigen naam heeft laten procederen tegen de andere zwager op grond van een geldlening waarvan de ene…

1.978 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.