Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 483c Rv

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Niet opeisbare vorderingen en vorderingen die recht geven op periodieke uitkeringen, worden in de rangschikking begrepen voor hun waarde ten tijde van het opmaken van de staat van verdeling.

  2. 2

    Bij de berekening wordt uitsluitend gelet op het tijdstip en de wijze van aflossing, het kansgenot, waar dit bestaat, en, indien de vordering rentedragend is, op de bedongen rentevoet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2016:3788Rechtbank Rotterdam, 4 mei 2016 (civiel recht)

    Relatie tussen de indiening van vorderingen in een gerechtelijke rangregeling en de eis in renvooi na verwijzing door de rechter-commissaris; reikwijdte van die verwijzing en verhouding uitkomst…

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:BW7964Rechtbank Amsterdam, 30 juni 2011 (civiel recht)

    Verzoekster heeft ten laste van verweerders executoriaal beslag gelegd op de aandelen die verweerder sub 2 houdt in verweerster sub 1 en de aandelen die verweerster sub 1 houdt in haar…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.