Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 7 Rv

Rechtsmacht bij samenhangende vorderingen en meerdere gedaagden redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    Indien in zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid de Nederlandse rechter ten aanzien van een van de gedaagden rechtsmacht heeft, komt hem deze ook toe ten aanzien van in hetzelfde geding betrokken andere gedaagden, mits tussen de vorderingen tegen de onderscheiden gedaagden een zodanige samenhang bestaat, dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen.

  2. 2

    Indien in zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, komt hem deze ook toe ten aanzien van een vordering in reconventie en ten aanzien van een vordering tot vrijwaring, voeging of tussenkomst, tenzij tussen deze vorderingen en de oorspronkelijke vordering onvoldoende samenhang bestaat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1552Hoge Raad, 25 september 2026 (internationaal privaatrecht)

    Collectieve actie. Internationaal privaatrecht, bevoegdheid (art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis en art. 7 lid 1 Rv). Zelfstandig vereiste van voorzienbaarheid? Overgangsrecht Wet afwikkeling…

  • ECLI:NL:HR:2026:1196Hoge Raad, 17 juli 2026 (internationaal privaatrecht)

    Internationaal privaatrecht, bevoegdheid. Art. 8 sub 1 Verordening Brussel I-bis, art. 6 sub 1 EVEX II, art. 7 lid 1 Rv (forum connexitatis); eenzelfde situatie feitelijk en rechtens…

  • ECLI:NL:HR:2026:1197Hoge Raad, 17 juli 2026 (internationaal privaatrecht)

    Internationaal privaatrecht, bevoegdheid. Art. 8 sub 1 Verordening Brussel I-bis, art. 6 sub 1 EVEX II-Verdrag, art. 7 lid 1 Rv (forum connexitatis), eenzelfde situatie rechtens. Collectieve actie…

  • ECLI:NL:PHR:2026:610Parket bij de Hoge Raad, 19 juni 2026 (internationaal privaatrecht)

    IPR. Internationale bevoegdheid. Aansprakelijkheid i.v.m. mededingingsinbreuk in Brazilië. Uitleg van art. 7 lid 1 Rv volgens rechtspraak HvJ EU m.b.t. art. 8 sub 1 Brussel I-bis? Geldt een…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2907Gerechtshof Amsterdam, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Het hof stelt ambtshalve vast dat het rechtsmacht heeft ten aanzien van een internationaal geschil tussen partijen in verschillende EU en non-EU landen. Omdat het spoedeisend belang bij de gevraagde…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14046Rechtbank Rotterdam, 12 oktober 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Conventie: Afgifte goederen. Reconventie: voorzieningenrechter is niet internationaal bevoegd. Brussel I bis-Vo.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6957Rechtbank Midden-Nederland, 30 september 2026 (civiel recht)

    IPR bevoegdheidszaak. Moeder dochter verhouding BV

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12653Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Mislukt project in Suriname; vorderingen over en weer. Deels Surinaams recht van toepassing. Terugbetaling leningsovereenkomsten. Bestuurdersaansprakelijkheid, verwijzing naar schadestaatprocedure.…

414 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.