Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 505 Rv

Gevolgen van beslag op een onroerende zaak redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 augustus 2003

  1. 1

    Het proces-verbaal van inbeslagneming zal in de in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde openbare registers worden ingeschreven. Een afschrift van het proces-verbaal zal op straffe van nietigheid van het beslag niet later dan drie dagen na de inschrijving aan de geëxecuteerde worden betekend.

  2. 2

    Een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling, verhuring of verpachting, tot stand gekomen na de inschrijving van het proces-verbaal, kan niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen. Dit geldt niet voor verhuur van woonruimte waarop de artikelen 271 tot en met 277 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn, tenzij de verhuring plaatsvond na de bekendmaking bedoeld in artikel 516 of huurder wist dat de beslaglegger door de verhuring in zijn verhaalsmogelijkheden zou worden benadeeld.

  3. 3

    Indien de akte betreffende de vervreemding of bezwaring vóór de inschrijving van het beslag reeds was verleden, kan de vervreemding of bezwaring nog tegen de beslaglegger worden ingeroepen, mits de inschrijving van deze akte uiterlijk geschiedt de eerste dag, waarop het kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers na de dag van de inschrijving van het beslag voor het publiek opengesteld is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:242Parket bij de Hoge Raad, 24 februari 2023 (internationaal privaatrecht)

    Beslagrecht. Internationaal privaatrecht. Nasleep Yukosfaillissement. Vervolg op HR 13 november 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3299).

  • ECLI:NL:PHR:2021:276Parket bij de Hoge Raad, 19 maart 2021 (civiel recht)

    Conservatoir leveringsbeslag; toepassing rechter betekeningsvoorschriften exploten; vervreemding in weerwil beslag; gevolgen beslag (blokkerende werking); faillissement beslagene tijdens hoofdzaak…

  • ECLI:NL:PHR:2020:173Parket bij de Hoge Raad, 21 februari 2020 (civiel recht)

    Caribische zaak. Huurrecht. Concordantiebeginsel. Timeshare-overeenkomsten. Is art. 7:226 BWSM ("koop breekt geen huur") ook van toepassing wanneer sprake is van eigendomsoverdracht door een ander…

  • ECLI:NL:HR:2016:2640Hoge Raad, 18 november 2016 (civiel recht)

    Beslagrecht, goederenrecht, derdenbescherming (art. 3:36 BW). Doorhaling hypotheekrecht in registers; rechtsgeldige afstand van hypotheekrecht? Wordt beslaglegger beschermd tegen gewekte schijn van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6163Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 april 2026 (goederenrecht)

    De kwestie betreft de verdeling van de restant executieopbrengst wanneer na een beslag een hypotheekrecht op de onroerende zaak wordt gevestigd dat in tijd wordt gevolgd door weer een beslag op deze…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1Gerechtshof Amsterdam, 6 januari 2026 (civiel recht)

    Vordering tot scheiding en deling onroerend goed na echtscheiding. Vrouw vordert verdeling van onroerend goed met verkoop en een gedeelte van de huuropbrengst. Rechtbank stelt een vorm van verdeling…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:2645Gerechtshof Amsterdam, 7 oktober 2025 (civiel recht)

    Huur bedrijfsruimte. Huurder mocht erop vertrouwen dat executiekoper de huurovereenkomst wilde voortzetten. Huurovereenkomst niet rechtsgeldig opgezegd. Afwijzing vordering tot ontruiming blijft in…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:4964Rechtbank Noord-Nederland, 18 december 2024 (civiel recht)

    Vordering strekkende tot opheffing van conservatoire beslagen op onroerende zaken afgewezen.

73 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.