Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 61 Rv

Geldt sinds 1 januari 2002

Ten aanzien van hen die verblijven in een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan, indien het exploot een vordering tot ontruiming daarvan door anderen dan gebruikers of gewezen gebruikers krachtens een persoonlijk of zakelijk recht betreft, zonder dat de naam en de woonplaats van degenen voor wie het exploot is bestemd, alsmede de persoon aan wie afschrift wordt gelaten, worden vermeld, geschiedt de betekening op de wijze als vermeld in artikel 47, met dien verstande dat voor «aan de woonplaats» in het eerste lid van dat artikel wordt gelezen: ter plaatse, en dat degenen voor wie het exploot bestemd is, daarin en op de envelop waarin een afschrift wordt achtergelaten of ter post wordt bezorgd, worden aangeduid als: zij die verblijven in de desbetreffende onroerende zaak of een gedeelte daarvan. Voorts wordt een uittreksel van het exploot zo spoedig mogelijk bekend gemaakt in een landelijk dagblad of in een dagblad verschijnend in de streek waarin de onroerende zaak gelegen is, onder vermelding van naam en kantooradres van de deurwaarder of van de advocaat van wie afschrift van het exploot kan worden verkregen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:862Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2020 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Ondertekening vonnis; art. 230 lid 3 Rv. Was rechtbank gehouden aantekeningen griffier te verstrekken aan partijen? Samenhang met zaak 20/00813.

  • ECLI:NL:PHR:2020:216Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2020 (civiel recht)

    Cassatieprocesrecht. Exploot van oproepingsbericht betekend aan onjuist adres. Nietigheid exploot. Art. 121 lid 3 Rv. Weigering verstek.

  • ECLI:NL:HR:2016:1927Hoge Raad, 12 augustus 2016 (civiel recht)

    Procesrecht. Betekening verstekvonnis. Art. 143 lid 2 Rv en art. 46 e.v. Rv. Betekening aan de Ontvanger ‘in persoon’, vereisten. Stelsel Invorderingswet: verhouding tussen beoordeling door…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BP0006Parket bij de Hoge Raad, 4 februari 2011 (civiel recht)

    Procesrecht. Betekening; kantoorbetekening (art. 63 Rv.) wordt overgelaten aan het nationale recht en volstaat daardoor voor verstekverlening, zowel onder het Haags Betekeningsverdrag (Hoge Raad komt…

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:260Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 16 oktober 2026 (civiel recht)

    De man heeft tijdens een affectieve relatie betalingen ten behoeve van de onderneming van de vrouw verricht. De man vordert deze betalingen van de onderneming terug op grond van een…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9690Rechtbank Amsterdam, 23 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Huur woonruimte; vordering tot ontruiming in kort geding; onderverhuurverbod kamers voorshands niet aannemelijk; 7:244 BW; vertek geweigerd ivm 61 Rv en 121 RV

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9250Rechtbank Amsterdam, 15 september 2026 (civiel recht)

    De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagden binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning en het perceel met de zich daarop bevindende opstallen, kadastraal bekend Amstelveen sectie W…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5519Rechtbank Overijssel, 14 september 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Ontruiming krakers.

143 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.