Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 642c Rv

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Bij de behandeling van het in artikel 642a bedoelde verzoek kan geen beroep worden gedaan op artikel 754 of artikel 1064 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

  2. 2

    Bij toewijzing van het verzoek bepaalt de rechtbank met inachtneming van de artikelen 755 en 756 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de in artikel 1065 van dat boek bedoelde algemene maatregel van bestuur het in rekeneenheden uitgedrukte beloop van het fonds of de fondsen. Zij beveelt de verzoeker op een door haar te bepalen dag, die niet later kan liggen dan één maand na de dag der beschikking, fonds te stellen a. hetzij door het bedrag van het fonds berekend met inachtneming van de artikelen 755, 756 en 759 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek of van de in artikel 1065 van dat boek bedoelde algemene maatregel van bestuur, vermeerderd met de wettelijke rente ingevolge artikel 757 of die algemene maatregel van bestuur alsmede vermeerderd met een bedrag ter bestrijding van de kosten der procedure in de consignatiekas te storten, b. hetzij door op andere door haar bepaalde wijze zekerheid te stellen ten belope van het onder a genoemde bedrag, alsnog vermeerderd met de wettelijke rente daarover van de aanvang van de dag volgende op de dag van deze laatst bedoelde zekerheidsstelling tot de aanvang van de dag waarop de griffier de in artikel 642v bedoelde oproep doet uitgaan.

  3. 3

    De rechtbank wijst een rechter-commissaris aan ter vaststelling van de staat van verdeling van het fonds of de fondsen en benoemt tevens een vereffenaar hiervan. Wanneer zij daartoe termen aanwezig acht, kan zij voor ieder fonds meer dan één vereffenaar benoemen.

  4. 4

    Het fonds wordt gesteld ten name van de benoemde rechter-commissaris en vereffenaar, die daarover met uitsluiting van de verzoeker, doch slechts gezamenlijk, kunnen beschikken.

  5. 5

    De beschikking van de rechtbank is uitvoerbaar bij voorraad. De werking van de beschikking kan door de hogere rechter niet worden geschorst.

  6. 6

    De verzoeker die aan het bevel der rechtbank heeft voldaan, richt zich onverwijld tot haar met het verzoek dit te verklaren. Indien de rechtbank deze verklaring weigert, kan zij de verzoeker een hernieuwd bevel tot het stellen van fonds geven op een door haar te bepalen dag die niet later kan liggen dan één maand na de dag der beschikking. De verzoeker die aan dit hernieuwde bevel der rechtbank heeft voldaan, richt zich wederom tot haar met het verzoek dit te verklaren. De tweede zin van dit lid is alsdan niet van toepassing.

  7. 7

    De verzoeker ten aanzien van wie de rechtbank geen verklaring als in het zesde lid bedoeld heeft gegeven, kan zijn aansprakelijkheid niet meer op grond van artikel 750, artikel 751, artikel 1060 of artikel 1061 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek beperken.

  8. 8

    Op de voldoening aan een bevel tot storting of andere zekerheidsstelling als bedoeld in dit artikel zijn de artikelen 45 tot en met 48 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 42 tot en met 49 van de Faillissementswet niet van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:390Parket bij de Hoge Raad, 28 maart 2025 (internationaal privaatrecht)

    Binnenvaartrecht. Internationaal privaatrecht. Procesrecht. Mogelijkheid voor eigenaar binnenvaartschip om o.g.v. CLNI 2012 fonds te vormen ter beperking van aansprakelijkheid voor aanvaring in…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1365Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2019 (civiel recht)

    Vervoersrecht. IPR. Procedure tot fondsvorming ingevolge art. 11 lid 1 Verdrag en Protocol inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen (LLMC). Uitleg van LLMC; Verdrag van Wenen…

  • ECLI:NL:PHR:2019:368Parket bij de Hoge Raad, 22 maart 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Aanvaring zeeschip en binnenvaartschip. Schuld van het schip. Goed zeemanschap. Mede-aansprakelijkheid. Art. 8:544 en 8:545 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2018:205Parket bij de Hoge Raad, 9 maart 2018 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht. Beroepsfout advocaten (te laat instellen cassatieberoep en niet-voeren van een bepaald verweer). ‘Procedure in een procedure’. Devolutieve werking (niet oordelen over enkele…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2085Gerechtshof Den Haag, 25 juni 2026 (civiel recht)

    Vervoerrecht. Fondsvorming. Vrijheid om te kiezen tussen de toegelaten wijzen van fondsvorming, ook al geeft de ene vorm (in dit geval storting in de consignatiekas) minder renteaanwas dan de andere…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:7478Rechtbank Rotterdam, 16 april 2026 (civiel recht)

    maritiem, beperkingszaak, behandeling verzoekschriften, fondsvorming toegestaan. geen misbruik van bevoegdheid en een geen sprake van litispendentie of samenhang

  • ECLI:NL:RBROT:2025:14845Rechtbank Rotterdam, 18 december 2025 (civiel recht)

    Beperkingszaken ‘Delfborg I’ en ‘Delfborg II’ – verzet tegen de door de rechter-commissaris goedgekeurde staat van verdeling, waarop in Zweden gemaakte proceskosten als erkende vordering is opgenomen…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:14442Rechtbank Rotterdam, 27 november 2025 (civiel recht)

    Beperkingszaak 'Levante'. Artikel 642c lid 6 Rv. Weigering van verzochte verklaring. Hernieuwd bevel tot het stellen van fonds.

35 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.