Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 6 Rv

Bijzondere gronden voor rechtsmacht in dagvaardingszaken redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht in zaken betreffende: a.verbintenissen uit overeenkomst, indien de verbintenis die aan de eis of het verzoek ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd; b.een individuele arbeidsovereenkomst of een agentuurovereenkomst, indien de arbeid gewoonlijk in Nederland of op een Nederlands zeeschip als bedoeld in artikel 695 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt verricht of laatstelijk gewoonlijk werd verricht; c.een individuele arbeidsovereenkomst, indien de arbeid tijdelijk in Nederland wordt verricht, voorzover het betreft een rechtsvordering met betrekking tot arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden, welke is gegrond op artikel 2 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, artikel 7, 7a, 13 of 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 2a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten, artikel 8, artikel 8a of 11 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, alsmede artikel 5, eerste lid, onder b, d, e, of f, van de Algemene wet gelijke behandeling; d.een overeenkomst die wordt gesloten door een partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, indien die natuurlijke persoon in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft en de partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf aldaar commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op Nederland en de overeenkomst onder die activiteiten valt; e.verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen; f.zakelijke rechten op, alsmede huur en verhuur, pacht en verpachting van in Nederland gelegen onroerende zaken; g.nalatenschappen, indien de erflater zijn laatste woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland had; h.de geldigheid, de nietigheid of de ontbinding van in Nederland gevestigde vennootschappen of rechtspersonen; de geldigheid, nietigheid of rechtsgevolgen van hun besluiten of die van hun organen, dan wel de rechten en verplichtingen van hun leden of vennoten als zodanig; i.faillissement, surséance van betaling of schuldsaneringsregeling natuurlijke personen indien het faillissement, de surséance van betaling of de toepassing van de schuldsaneringsregeling in Nederland is uitgesproken of verleend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:842Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2026 (internationaal privaatrecht)

    Prejudiciële vragen. Internationaal privaatrecht. Internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om beslissing te geven op grond van art. 431 lid 2 Rv. Betekenis van HvJ EU 7 april 2022…

  • ECLI:NL:PHR:2026:731Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Huwelijkse gevangenschap. Art. 1:68 lid 2 BW in verbinding met art. 6:162 BW. Vrouw vordert dat man wordt veroordeeld medewerking te verlenen aan…

  • ECLI:NL:PHR:2026:224Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2026 (internationaal privaatrecht)

    Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter en rechtbank Amsterdam o.g.v. art. 8 aanhef en onder 1 dan wel art. 7 aanhef en onder 2…

  • ECLI:NL:PHR:2026:225Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2026 (internationaal privaatrecht)

    Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter o.g.v. art. 8 sub 1 Brussel I-bis en art. 7 lid 1 Rv om kennis te nemen van collectieve…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14308Rechtbank Rotterdam, 16 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    KG. De vordering om het uitschakelen van een domeinnaam ongedaan te maken, wordt toegewezen.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6274Rechtbank Overijssel, 16 oktober 2026 (civiel recht)

    In dit kort geding, waarin de man niet is verschenen, vordert de vrouw dat de man medewerking verleent aan de verkoop en levering van de woning die gelegen is in Almelo. De zaak heeft een…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29643Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Intellectueel eigendom. Octrooirecht. Octrooi op een gemodificeerde PH20-polypeptide met functionele kenmerken. EP 622 is nawerkbaar, nieuw, inventief en bevat geen toegevoegde materie. Inbreuk op EP…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6957Rechtbank Midden-Nederland, 30 september 2026 (civiel recht)

    IPR bevoegdheidszaak. Moeder dochter verhouding BV

579 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.