Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 22a Rv

Geldt sinds 23 oktober 2018

  1. 1

    De rechter kan, indien de vrees bestaat dat kennisneming van stukken door een partij haar lichamelijke of geestelijke gezondheid zou schaden, bepalen dat deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat of arts is dan wel daarvoor van de rechter bijzondere toestemming heeft gekregen.

  2. 2

    De rechter kan, indien kennisneming van stukken door een partij de persoonlijke levenssfeer van een ander onevenredig zou schaden, bepalen dat deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat of arts is dan wel daarvoor van de rechter bijzondere toestemming heeft gekregen.

  3. 3

    De rechter kan, indien kennisneming van stukken door een partij de bescherming van een bedrijfsgeheim als bedoeld in artikel 1 van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen onevenredig zou schaden, bepalen dat deze kennisneming is voorbehouden aan een gemachtigde die advocaat is dan wel daarvoor van de rechter bijzondere toestemming heeft gekregen. Artikel 1019ib, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:750Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Prejudiciële vragen over inzage in processtukken. Moet een gerecht op verzoek inzage in processtukken uit afgesloten civiele verzoekschriftprocedures en/of afschriften daarvan verstrekken?

  • ECLI:NL:PHR:2024:103Parket bij de Hoge Raad, 26 januari 2024 (civiel recht)

    Mediation. Is een mediationclausule (in een arbitraal beding) rechtens afdwingbaar?

  • ECLI:NL:HR:2023:658Hoge Raad, 21 april 2023 (civiel recht)

    Cassatie in belang der wet. Openbaarheid van civiele procedures. Zijn gerechten verplicht om aan anderen dan partijen informatie te verstrekken over civiele procedures die aanhangig zijn of zijn…

  • ECLI:NL:PHR:2021:784Parket bij de Hoge Raad, 3 september 2021 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad. Bewijsrecht. Geschil over de vraag of de Politie onrechtmatig heeft gehandeld door man in te sluiten in een politiecel, en door niet tijdig en adequaat op te treden toen man in de…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2736Gerechtshof Den Haag, 1 september 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Arrest in incident. Vordering tot toepassing van een vertrouwelijkheidsregime (art. 27, 28 en 29 Rv). Hof wijst grotendeels toe. Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Confidentiality club.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2738Gerechtshof Den Haag, 1 september 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Arrest in incident. Vordering tot toepassing van een vertrouwelijkheidsregime (art. 27, 28 en 29 Rv). Hof wijst grotendeels toe. Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Confidentiality club.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:15900Rechtbank Den Haag, 17 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Art 22 Rv (oud). Vonnis geheimhoudingskamer Hawija. Beoordeling van verzoeken tot geheimhouding door de Staat op grond van gewichtige redenen van diverse documenten in de bodemprocedure, waarop de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:10402Rechtbank Den Haag, 24 maart 2026 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Geanonimiseerd uittreksel ex art. 29 leden 2 en 4 Rv. Octrooi op een werkwijze en op het door toepassing van de werkwijze verkregen eindproduct. Verzoek inzage beslagen materiaal toegewezen.…

63 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.