Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 1035 Rv

Procedure bij wraking van een arbiter redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    De wrakende partij brengt de wraking onder opgave van redenen schriftelijk ter kennis van de betrokken arbiter, de wederpartij en, indien het scheidsgerecht uit meerdere arbiters bestaat, de mede-arbiters. De kennisgeving wordt gedaan binnen vier weken na de dag van ontvangst van de mededeling als bedoeld in artikel 1034 of, bij gebreke daarvan, binnen vier weken nadat de reden tot wraking aan de wrakende partij bekend is geworden.

  2. 2

    Trekt een gewraakte arbiter zich niet binnen twee weken na de dag van de ontvangst van een tijdig uitgebrachte kennisgeving als bedoeld in het eerste lid terug, dan wordt over de gegrondheid van de wraking op verzoek van de meest gerede partij door de voorzieningenrechter van de rechtbank beslist. Het verzoek wordt gedaan binnen twee weken na de dag van ontvangst van de schriftelijke mededeling van de gewraakte arbiter dat hij zich niet terugtrekt, of bij gebreke daarvan, binnen zes weken na de dag van ontvangst van de kennisgeving.

  3. 3

    Trekt de gewraakte arbiter zich terug of wordt diens wraking door de voorzieningenrechter van de rechtbank gegrond bevonden, dan wordt hij vervangen volgens de regelen welke van toepassing waren op zijn oorspronkelijke benoeming, tenzij de partijen een andere wijze van vervanging zijn overeengekomen. Artikel 1030, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Trekt een gewraakte arbiter zich terug, dan impliceert dit niet een aanvaarding van de gegrondheid van de redenen tot wraking.

  5. 5

    Het scheidsgerecht kan het arbitraal geding schorsen vanaf de dag van ontvangst van de tijdig uitgebrachte kennisgeving, als bedoeld in het eerste lid, of nadien, hangende de wrakingsprocedure, vanaf het moment dat het scheidsgerecht daarvoor in aanmerking acht te komen. Indien de wraking niet ontvankelijk dan wel niet gegrond wordt bevonden, wordt het geding, indien het geschorst was, hervat in de stand waarin het zich bevindt.

  6. 6

    Bij overeenkomst kunnen de partijen de termijnen als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel verkorten of verlengen.

  7. 7

    Bij overeenkomst kunnen partijen voorzien in de behandeling van een verzoek tot wraking door een onafhankelijke derde anders dan de voorzieningenrechter van de rechtbank.

  8. 8

    Een partij die redenen heeft een arbiter te wraken, legt deze redenen aan een verzoek tot wraking overeenkomstig de bepalingen van dit artikel ten grondslag op straffe van verval van recht zich daarop later in het arbitraal geding of bij de rechter te beroepen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:262Parket bij de Hoge Raad, 21 februari 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Arbitrage. Procesrecht. Art. 1029 Rv. Art. 1057 Rv. Mogelijkheid om een verzoek tot ontheffing van opdracht als arbiter aan voorzieningenrechter voor te leggen, nu het Arbitragereglement van NAI…

  • ECLI:NL:PHR:2018:465Parket bij de Hoge Raad, 4 mei 2018 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst van opdracht tussen client en advocaat. Ontbinding overeenkomst wegens tekortkoming (art. 6:265 lid 1 BW); tekortkoming die de ontbinding niet…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BJ7834Parket bij de Hoge Raad, 4 december 2009 (civiel recht)

    Procesrecht. Hebben arbiters onrechtmatig gehandeld door zich, ondanks beroep op ontbreken arbitrageovereenkomst, ten onrechte bevoegd te achten? Als na instelling van een rechtsmiddel een uitspraak…

  • ECLI:NL:HR:2007:AV7405Hoge Raad, 29 juni 2007 (civiel recht)

    Arbitragerecht; cassatie in het belang der wet over de vraag of en zo ja in hoeverre een arbiter (i) met inachtneming van de eisen van een eerlijk proces zelfstandig onderzoek mag doen en (ii) zijn…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2786Gerechtshof Den Haag, 7 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis. Een lid van een watersportvereniging is geroyeerd en vordert de vernietiging van het arbitraal vonnis waarin zijn beroep tegen het royementsbesluit is…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:922Rechtbank Gelderland, 5 februari 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Artikel 1033 Rv. Wraking arbiter Raad van Arbitrage in bouwgeschillen. Voorlopig oordeel. Wraking ongegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2583Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 april 2025 (verbintenissenrecht)

    Wraking arbiter. Arbiter richt met een van partijen in de arbitrage tijdens de arbitrage een vennootschap op. Voorzieningenrechter acht de wraking gegrond.

  • ECLI:NL:RBLIM:2023:7596Rechtbank Limburg, 20 oktober 2023 (burgerlijk procesrecht)

    In deze zaak gaat het om de vraag of er grond bestaat tot wraking van de arbiters in de arbitrageprocedure. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag ontkennend. De in de e-mail van 7 augustus…

28 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.