Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 332 Rv

Hoger beroep en appelgrens redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Partijen kunnen van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep komen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1750 of, in geval van een vordering van onbepaalde waarde, er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 1750, een en ander tenzij de wet anders bepaalt. Voor de toepassing van de eerste zin wordt de tot aan de dag van dagvaarding in eerste aanleg verschenen rente bij de vordering inbegrepen.

  2. 2

    Indien de zaak meer dan één vordering tussen dezelfde partijen betreft, is voor de toepassing van het eerste lid beslissend het totale beloop of de totale waarde van deze vorderingen.

  3. 3

    Was in eerste aanleg een eis in reconventie ingesteld, dan is voor de toepassing van het eerste lid beslissend het totale beloop of de totale waarde van de vordering in conventie en van de vordering in reconventie, met dien verstande dat met betrekking tot de vordering in reconventie de rente wordt berekend tot aan de dag van instelling van de eis in reconventie. Indien echter de beide zaken zijn gesplitst en daarin afzonderlijk is beslist, zijn op elk van beide vonnissen de gewone regels voor de vatbaarheid voor hoger beroep van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:683Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Vragen over mogelijkheid tot (verlenging van) ondertoezichtstelling door het hof nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd na afwijzende…

  • ECLI:NL:PHR:2026:540Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Schadevergoeding na strafrechtelijke optreden. Verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW. Aanvang termijn. Heeft stuiting plaatsgevonden?

  • ECLI:NL:PHR:2024:582Parket bij de Hoge Raad, 31 mei 2024 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Schadevergoeding na strafrechtelijk optreden. Rechtmatigheid optreden. Gebleken onschuld? Gesloten stelsel van rechtsmiddelen m.b.t. beschikkingen r-c. Ook gebondenheid aan…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1117Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Incident tot niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep. Partijwisseling tijdens geding. Tussen- of einduitspraak? Arrest n.a.v. schorsing en hervatting, waarbij wordt geconstateerd dat…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:3000Gerechtshof Amsterdam, 20 oktober 2026 (civiel recht)

    Appelgrens (art. 332 Rv). Subjectieve cumulatie. Vergoeding aan passagiers voor vertraagde vlucht. Niet toegestaan individuele vorderingen bij elkaar op te tellen om appelgrens te halen.…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:4861Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 juli 2026 (civiel recht)

    Hoger beroep ontvankelijk (art. 332 Rv): geschil over stookkosten, uitleg bewijsopdracht kantonrechter, verhuurder geslaagd in bewijs dat stookkosten correct zijn gemeten.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4040Rechtbank Overijssel, 1 juli 2026 (civiel recht)

    Tussenvonnis. Vordering na beëindiging samenwerking. Opvragen jaarrekeningen voor bepalen vergoeding opdrachtnemer. Schadevergoeding wegens wanprestatie opdrachtnemer gedeeltelijk toegewezen, nog…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:168Gerechtshof Amsterdam, 27 januari 2026 (civiel recht)

    Procesrecht. Appelgrens. Verhuurder is niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen het bestreden vonnis vanwege het bepaalde in artikel 332 Rv.

409 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.