Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 616 Rv

Geldt sinds 19 september 2018

  1. 1

    Ingeval van geschil over een krachtens vonnis of beschikking te stellen zekerheid wordt daarover op vordering van de meest gerede partij in kort geding beslist door de voorzieningenrechter van de rechtbank, door wie of door wiens college de zaak in eerste aanleg is behandeld, of, in geval van een arbitraal vonnis, van de rechtbank van het arrondissement waarin de plaats van de arbitrage is gelegen.

  2. 2

    Gaat het om een vonnis of beschikking van de kantonrechter, dan wordt de vordering voor deze ingesteld. Gaat het om een uitspraak van een gerechtshof in eerste aanleg, dan wordt de vordering ingesteld voor de voorzieningenrechter van de rechtbank die naar de gewone regels in eerste aanleg bevoegd zou zijn.

  3. 3

    Zowel de rechter die het vonnis of de beschikking, bedoeld in de vorige leden, wijst als de rechter die over het geschil omtrent de te stellen zekerheid oordeelt, kan een termijn bepalen: a.waarbinnen de zekerheid moet worden aangeboden of gesteld, op straffe van verval van de bevoegdheid met het oog op welker uitoefening de zekerheidstelling is bevolen; b.waarbinnen een aangeboden zekerheid door de wederpartij moet worden aanvaard of geweigerd, op straffe van verval van haar bevoegdheid zekerheidstelling te eisen.

  4. 4

    De rechter die de termijn heeft bepaald, kan deze op verzoek van de meest gerede partij, in te dienen voordat de termijn is verstreken, verlengen. Tegen een beschikking krachtens dit lid is geen hogere voorziening toegelaten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1408Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2025 (ondernemingsrecht)

    Incident. Zekerheidstelling voor proceskosten in cassatie. Art. 224 en 414 Rv, art. 6:51 lid 2 BW. Derdengeldenrekening advocaat.

  • ECLI:NL:PHR:2023:22Parket bij de Hoge Raad, 6 januari 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Incident tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten ex de art. 414 en 224 Rv. Kostenveroordeling. Onderbouwing. Vorm zekerheid. Termijnstelling ex art. 616 lid 3 Rv.

  • ECLI:NL:HR:2022:1740Hoge Raad, 25 november 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Zekerheidstelling voor proceskosten (art. 224 Rv). Vrijstelling van verplichting tot zekerheidstelling in Vriendschapsverdrag Colombia-Nederland? Verplichting van rechter om te…

  • ECLI:NL:PHR:2022:530Parket bij de Hoge Raad, 3 juni 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Zekerheidsstelling voor de proceskosten (art. 224 Rv). Staat Vriendschapsverdrag met Colombia in de weg aan verplichting tot zekerheidstelling? Wie bepaalt welke zekerheid wordt gesteld?…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:283Rechtbank Oost-Brabant, 21 januari 2026 (civiel recht)

    Zekerheidstelling voor proceskosten. Omdat de aangeboden zekerheid niet tijdig is aanvaard is op grond van artikel 616 lid 3 Rv de bevoegdheid om zekerheidstelling te eisen, vervallen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:201Rechtbank Oost-Brabant, 14 januari 2026 (civiel recht)

    Zekerheidstelling voor procedure in reconventie.

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:7449Rechtbank Oost-Brabant, 12 november 2025 (civiel recht)

    Contradictoir. Incident. Zekerheidstelling proceskosten. Egypte. Vordering wordt toegewezen.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:11230Rechtbank Rotterdam, 10 september 2025 (verbintenissenrecht)

    Incident tot zekerheid stellen voor proceskosten. Aangeboden bedrag van zekerheid volstaat. Aangeboden wijze van zekerheidstelling voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Zekerheidstelling behoeft…

100 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.