Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Rv

Huidige tekst

Artikel 483b Rv

Geldt sinds 1 januari 2002

Vorderingen onder een opschortende voorwaarde worden in de rangschikking begrepen, hetzij voor hun waarde ten tijde van het opmaken van de staat van verdeling, hetzij op verlangen van een der schuldeisers of de geëxecuteerde, voorwaardelijk voor het hele bedrag.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:4127Gerechtshof Amsterdam, 19 november 2019 (civiel recht)

    Bouwhypotheek op Sint Maarten. Restschuld. Hoofdelijke aansprakelijkheid. Zorgplicht bank. Volmacht aan de bank om bouwdepot aan te wenden voor vorderingen op de cliënt. Premies voor aan de hypotheek…

  • ECLI:NL:RBDOR:2011:BR4859Rechtbank Dordrecht, 10 augustus 2011 (civiel recht)

    Verdeling van in depot gehouden netto-opbrengst in (vrijwillige) verkoop woning onder beslagleggers en houders 3e en 4e hypotheek. Opschortende voorwaarde.

  • ECLI:NL:RBAMS:2011:BW7964Rechtbank Amsterdam, 30 juni 2011 (civiel recht)

    Verzoekster heeft ten laste van verweerders executoriaal beslag gelegd op de aandelen die verweerder sub 2 houdt in verweerster sub 1 en de aandelen die verweerster sub 1 houdt in haar…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.